Wie de afgelopen maanden het nieuws een beetje volgde, voelde het al aankomen: er hangt weer meer onrust rond woninginbraken. Niet omdat elk huis opeens onveilig is, maar omdat de signalen zich opstapelen en de cijfers nu ook die kant op wijzen.

Toch is het niet alleen een verhaal over criminelen die slimmer worden. Het gaat net zo goed over hoe ons dagelijks leven verandert — en hoe kleine gewoontes, tot aan een vergeten raam of geen lampje aan, het verschil kunnen maken.
Meer meldingen, meer onrust
In de eerste vier maanden van dit jaar kreeg de politie ruim 7200 meldingen van een inbraak of een poging daartoe. Vorig jaar waren dat er in dezelfde periode nog geen 6700, een duidelijk verschil.
Omgerekend komt het neer op iets meer dan zestig meldingen per dag. Dat zijn niet alleen ‘geslaagde’ inbraken; ook pogingen tellen mee. Maar het totaal laat wel zien: het probleem groeit weer.
Het succespercentage gaat omhoog
Alsof meer pogingen nog niet vervelend genoeg zijn, lijkt het inbrekers ook vaker te lukken om écht binnen te komen. Dat blijkt uit cijfers van vergelijkingssite Independer, die naar het landelijke succespercentage kijkt.
In 2020 was een inbraakpoging in ongeveer zeven van de tien gevallen succesvol. In 2025 ligt dat op bijna acht van de tien. In de overige gevallen bleef het bij een poging, bijvoorbeeld met een koevoet.
Waarom lukt het inbrekers vaker?
Criminelen zoeken natuurlijk steeds nieuwe trucs, maar volgens adviseur Dominique Storimans van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) is dat niet het hele verhaal. Een deel ligt ook aan ons gedrag.
We zijn simpelweg minder vaak thuis dan een paar jaar geleden. En als een huis langer leegstaat, hebben inbrekers meer rust en tijd. Daarnaast maken we het ze soms makkelijker door minder scherp te zijn.

Thuiswerken was ongemerkt een rem
In 2020 werkte een groot deel van Nederland thuis. Dat had allerlei nadelen, maar het had één bijeffect: meer ‘sociale controle’ in de straat. Als er iemand binnen is, kiest een inbreker sneller eieren voor zijn geld.
Storimans legt uit dat inbrekers dan eerder doorlopen naar een volgend huis. Toen thuiswerken in 2023 al minder vanzelfsprekend werd, liep het succespercentage op. Inmiddels zijn we nóg vaker onderweg of op kantoor.
Beveiliging zakt soms weg in routine
Naast aanwezigheid speelt ook voorbereiding mee. Volgens Storimans gaat er minder aandacht naar simpele beveiligingsmaatregelen: goede sloten, degelijk hang- en sluitwerk en kleine ‘bewoonde’ signalen zoals verlichting in de avond.
Dat betekent niet dat iedereen ineens nalatig is, maar wel dat routine een rol speelt. Een raam op kiepstand, een achterdeur die “even snel” niet op slot gaat, of geen timer-lamp: het zijn uitnodigingen.
Wat je nu al kunt doen zonder gedoe
Het goede nieuws is dat kleine aanpassingen vaak al helpen. Denk aan zichtbare verlichting, het niet open laten staan van ramen op de benedenverdieping en het standaard dubbelchecken van deuren, zeker bij korte boodschappen.
Ook helpt het om buren te vragen een oogje in het zeil te houden bij vakantie, post weg te halen en geen overduidelijke signalen van afwezigheid te laten zien. Het draait om tijd en risico verhogen voor de inbreker.

Een trend met gevolgen voor gevoel van veiligheid
Meer inbraken doen iets met hoe veilig mensen zich thuis voelen. Zelfs als het ‘maar’ bij een poging blijft, kan een geforceerd slot of een opengebroken raam flink binnenkomen. Je huis is tenslotte je privéplek.
Daarom is het belangrijk om niet alleen naar opsporing te kijken, maar ook naar preventie: hoe kleiner de kans dat iemand binnendringt, hoe beter. En hoe meer inbrekers worden ontmoedigd, hoe rustiger de wijk blijft.
Praat mee: herken jij dit in jouw buurt?
Misschien merk je het aan buurtapps, waarschuwingen van buren of een politiebericht in de wijk. Of misschien is het bij jou juist opvallend rustig. Hoe dan ook: ervaringen verschillen per buurt en seizoen.
Heb jij tips die bij jou echt werken, of zie je juist bepaalde patronen terug in de straat? Laat het weten en praat mee op onze sociale media — we zijn benieuwd hoe jij dit ervaart.
Bron: metronieuws.nl







