Op papier lijkt er keuze genoeg op de woningmarkt: tienduizenden huizen en appartementen staan te koop, en het aanbod op Funda is het afgelopen jaar zelfs flink gegroeid. Toch voelt het voor veel mensen met één inkomen precies andersom. Je scrolt, rekent, klikt door… en komt steeds weer uit bij dezelfde conclusie: het past net niet.

Nieuwe cijfers van De Hypotheker leggen dat gevoel nu ook hard op tafel. Terwijl er meer woningen te koop staan dan vorig jaar, is het aantal woningen dat je met één modaal inkomen kunt betalen juist gedaald. En die combinatie – meer aanbod, minder betaalbaar – maakt de frustratie extra begrijpelijk.
Meer huizen te koop, minder betaalbaar
Volgens De Hypotheker staan er momenteel zo’n 85.000 woningen op Funda. Maar van al die opties zijn er slechts ongeveer 1.000 betaalbaar voor iemand met één modaal inkomen. Vorig jaar waren dat er nog 1.500, terwijl er toen juist zo’n tienduizend woningen minder te koop stonden.
De rekensom is pijnlijk simpel: het totale aanbod ging omhoog, maar het deel dat bereikbaar is voor een alleenverdiener met een normaal salaris ging omlaag. Dat betekent dat de “extra” woningen die erbij zijn gekomen, vaak in een hogere prijsklasse vallen.
Waarom die groei wrang aanvoelt
Wat deze ontwikkeling extra wrang maakt: een deel van de tienduizend extra woningen die nu te koop staan, bestaat uit voormalige huurwoningen. Denk aan appartementen die niet extreem groot zijn, maar tóch niet binnen het budget van één modaal inkomen passen.
Commercieel directeur Mark de Rijke van De Hypotheker noemt het een duidelijk signaal dat er stevig doorgebouwd moet blijven worden. Niet alleen méér woningen, maar vooral betaalbare woningen die passen bij wat mensen met een modaal inkomen überhaupt kunnen lenen.
De grens van een modale hypotheek
Met de huidige hypotheekrente moet iemand met één modaal bruto-inkomen rekening houden met een maximale hypotheek van ongeveer 213.500 euro. Dat bedrag klinkt misschien nog aardig, maar in veel gemeenten kom je er simpelweg niet meer mee binnen.
Het gevolg: in ruim 200 van de 342 gemeenten kun je als alleenstaande met modaal inkomen geen huis kopen. Zelfs als je bereid bent concessies te doen op ruimte, locatie of staat van onderhoud, strand je vaak alsnog op de vraagprijs.
Amsterdam: het kan nét, maar alleen met kleine letters
Opvallend genoeg is Amsterdam een van de gemeenten waar het in theorie nog nét kan. Voor rond de twee ton vind je daar nog een woning, maar dan gaat het bijvoorbeeld om circa 34 vierkante meter buiten de ring. Dat is niet bepaald riant wonen.
En dan komt de kleine letter waar veel zoekers dagelijks tegenaan lopen: “mits je niet wordt overboden”. De vraagprijs is namelijk maar het begin. Als er een biedstrijd ontstaat, kan een betaalbare woning in een paar dagen alsnog buiten bereik schieten.

Limburg als uitschieter: meer kans én meer ruimte
Wie wél nog relatief veel kans maakt met één modaal inkomen, komt opvallend vaak in Limburg uit. Een kwart van de woningen die voor deze doelgroep betaalbaar zijn, staat daar. Bovendien krijg je er meestal meer vierkante meters voor hetzelfde geld.
Voorbeelden laten goed zien wat dat betekent. In Eygelshoven staat een huis van 180 vierkante meter te koop met vijf kamers voor 199.000 euro. En in Kerkrade werd een woning met energielabel A (vraagprijs 175.000 euro) al snel onder voorbehoud verkocht.
Met twee inkomens verandert het speelveld direct
Waar het voor alleenstaanden schrapen is, verandert de markt ineens wanneer je met z’n tweeën koopt. Bij een gezamenlijk bruto-inkomen van 88.000 euro per jaar kun je volgens De Hypotheker een maximale hypotheek krijgen van ongeveer 406.000 euro.
Onder die grens staan op Funda momenteel ruim 27.000 woningen te koop. Dat is een gigantisch verschil met de 1.000 opties voor één modaal inkomen. Wel zit er een kanttekening bij: voor het eerst in twee jaar is ook dat aantal weer gedaald.
Wat zegt dit over de woningmarkt van nu?
De cijfers maken vooral duidelijk dat “meer aanbod” niet automatisch “meer kansen” betekent. Als het extra aanbod vooral boven de leencapaciteit van grote groepen ligt, helpt het starters en alleenstaanden nauwelijks. Dan groeit de markt, maar niet voor iedereen.
Dat verklaart ook waarom de roep om betaalbare nieuwbouw terug blijft komen. Niet als abstract politiek doel, maar als praktische noodzaak: huizen waar je met een normaal salaris in kunt, zonder dat je meteen moet uitwijken naar de rand van het land.

De realiteit achter de zoektocht
Wie nu op Funda zoekt met een budget rond de 213.500 euro merkt hoe smal de vijver is. Het zijn vaak studio’s, kleine appartementen of woningen met flinke kluspunten. En zelfs dan is er concurrentie van andere starters en beleggers.
Voor veel mensen voelt het daardoor alsof je steeds harder moet rennen om op dezelfde plek te blijven. Je spaart, je vergelijkt, je stelt wensen bij – maar de markt beweegt mee. En juist daarom vallen cijfers zoals deze zo op: ze bevestigen het dagelijkse gevoel.
Hoe kijk jij hiernaar?
De belangrijkste vraag is misschien wel: wat vinden we “normaal” geworden? Dat iemand met een modaal inkomen in het grootste deel van Nederland geen woning kan kopen, is niet alleen een rekensom. Het gaat ook over zekerheid, toekomstplannen en zelfstandigheid.
LEES OOK:Nieuwe foto’s Jutta Leerdam maken tongen los: ‘Wat is er met haar gebeurd?’
Ben jij momenteel op zoek naar een koopwoning, of herken je dit uit je omgeving? Laat het ons weten en praat mee via onze sociale media: we zijn benieuwd hoe jij deze huizenmarkt ervaart.
Bron: metronieuws.nl











