Je kent het wel: je komt thuis na een lange dag, rijdt je straat in en ziet meteen dat het weer zo’n avond wordt. Alles staat vol. Dan lonkt die paar meter ruimte voor je eigen garage of oprit als de meest logische uitweg.

Veel mensen doen het dan ook: even de auto ‘voor de deur’ zetten, nét voor de inrit. Het voelt veilig, vertrouwd en vooral: van jou. Maar juist dat gevoel kan onverwacht duur uitpakken.
Waarom die plek voor je garage niet automatisch ‘van jou’ is
De verwarring begint bij iets simpels: jouw oprit is privé, maar de straat ervoor bijna altijd niet. Dat stukje asfalt of klinkers hoort doorgaans bij de openbare weg, ook al grenst het direct aan je huis.
En op openbare weg gelden de normale verkeersregels, voor iedereen. Dus ook voor bewoners die er al jaren wonen, ook als je niemand hindert, en zelfs als je alleen je eigen garage zou ‘blokkeren’.
Wat de wet zegt over parkeren bij een inrit of uitrit
In artikel 24 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) staat dat je niet mag parkeren voor een inrit of uitrit. Dat verbod geldt voor iedere bestuurder, zonder uitzonderingen.
Belangrijk detail: de wet kijkt niet naar wie er woont of wie er achter die inrit toegang heeft. Of het jouw garage is of die van de buren, maakt juridisch gezien niets uit.
Het verschil tussen op je oprit staan en op de straat staan
In de praktijk zit het verschil vaak in één meter. Staat je auto volledig op je eigen oprit, dus achter de erfgrens, dan is parkeren meestal gewoon toegestaan. Jij bepaalt dan in principe zelf wat er gebeurt.
Maar schuif je de auto naar voren, zodat (een deel van) het voertuig op de openbare weg staat vóór de inrit, dan kan het ineens ‘parkeren voor een uitrit’ zijn. En daar wordt op gehandhaafd.
Je hoeft niemand te hinderen om toch fout te zitten
Een hardnekkig misverstand is dat het pas verboden wordt als iemand er last van heeft. Alsof er eerst een boze buur moet aanbellen of je zelf weg moet rijden. Zo werkt het niet.
LEES OOK:Mysterieuze vondst in Alblasserbos: overleden meisje gevonden en dit blijkt de doodsoorzaak
Het gaat vooral om de plek waar je staat: vóór een in- of uitrit. Of iemand daadwerkelijk wil vertrekken, maakt niet uit. Zelfs als jij de enige bent die ‘gehinderd’ wordt, kan er een boete volgen.
Hoe je herkent of iets echt een inrit of uitrit is
Meestal is het duidelijk: een verlaagde stoep richting een garage, een oprit die zichtbaar het terrein op loopt, of een toegang die logisch als in- en uitrit bedoeld is. Dat soort situaties zijn herkenbaar.
Toch kan er discussie ontstaan. Een verlaagde stoeprand op zichzelf is niet altijd doorslaggevend; handhavers en rechters kijken naar het totaalplaatje ter plekke. De inrichting van de straat telt mee.
Ook ‘maar vijf minuutjes’ kan officieel parkeren zijn
Nog zo’n klassieker: “Ik stond er maar heel even.” Alleen draait het in de verkeersregels niet om de stopwatch, maar om wat je doet. Laat je de auto staan om iets anders te gaan doen?
Dan is het al snel parkeren. Even naar binnen lopen om boodschappen te pakken en de auto vijf of tien minuten laten staan valt daar meestal onder. Korte duur maakt het verbod niet ineens ongedaan.
Wanneer stilstaan wél kan, en waarom dat verschil uitmaakt
Er is een verschil tussen parkeren en stilstaan. Laat je iemand direct in- of uitstappen, dan is dat meestal geen parkeren. Hetzelfde geldt voor direct laden en lossen, zolang je er echt mee bezig bent.
Het sleutelwoord is ‘direct’: de handeling moet gaande zijn en niet onderbroken worden door bijvoorbeeld even binnen iets regelen. Dus iemand eruit laten stappen is iets anders dan koffie drinken en daarna pas uitladen.
Hoe hoog de boete kan zijn in 2026
Wie tóch voor een inrit of uitrit parkeert, kan rekenen op een stevige rekening. In 2026 ligt de boete voor deze overtreding op €130. Dat is al een bedrag waar je even van slikt.
Daar komen bovendien €9 administratiekosten van het CJIB bij. Totaal: €139. Extra zuur, omdat het vaak voelt alsof je ‘gewoon bij jezelf’ stond, terwijl het juridisch als openbare weg telt.
Handhaving: er is geen klacht nodig
Veel mensen denken dat het pas misgaat als iemand belt of klaagt. Maar een boa of politieagent hoeft geen melding te krijgen om op te treden. Als zij de situatie zien, kunnen ze bekeuren.
Een bordje ‘uitrit vrijlaten’ is ook niet verplicht. Als het uit de straatinrichting duidelijk is dat er een inrit of uitrit zit, kan dat genoeg zijn. Dat maakt het soms een onverwachte valkuil.
Let op: er zijn meer parkeerregels die tegelijk kunnen spelen
Artikel 24 RVV 1990 gaat niet alleen over inritten. Denk ook aan het verbod om binnen vijf meter van een kruispunt te parkeren. Woon je dicht bij een hoek, dan kan dat dubbel risico geven.
En dan zijn er nog situaties zoals een gele onderbroken streep, waarbij je sowieso niet mag parkeren. Gemeentelijke borden en lokale regels kunnen daar bovenop komen, waardoor ‘even snel’ ineens duur wordt.
Privéterrein versus openbare weg: zo onthoud je het simpel
Een handige vuistregel: zie je oprit en de straat ervoor als twee aparte werelden. Op je oprit (privéterrein) heb je als eigenaar veel te zeggen. Op de straat gelden de landelijke regels.
Dus: achter de erfgrens is meestal prima, ervoor kan fout zijn. Dat blijft ook zo als je er al jaren zo staat zonder boete. Geen bekeuring gehad betekent niet dat het toegestaan is.
Zo voorkom je een onaangename verrassing
Als er geen plek is op je oprit, klinkt verderop parkeren niet ideaal, maar het is vaak de veiligste keuze. Die paar meter gemak kan anders uitlopen op €139, en daar heb je niets aan.
Het voelt misschien onlogisch dat je niet voor je eigen garage mag staan, maar de wet ziet daar geen ‘eigen uitzondering’ in. Wat vind jij: moet dit soepeler, of is het juist terecht? Laat het weten op onze sociale media.
Bron: menszine.nl











