De plannen zijn helder: jongeren moeten vanaf 2027 sneller een eerlijker loon krijgen. Maar wie nu denkt dat iedere bijbaan meteen een stuk beter gaat betalen, komt waarschijnlijk van een koude kermis thuis. In de praktijk blijkt het effect namelijk veel kleiner dan veel mensen verwachten.
Het opvallende is dat er vooral winst wordt verwacht voor een beperkte groep. In veel sectoren liggen de lonen van jongeren nu al boven het wettelijke minimum, waardoor een verhoging op papier niet automatisch betekent dat het loonstrookje ook echt verandert.
Wat er precies verandert vanaf 2027
De verhoging van het minimumjeugdloon gaat in op 1 januari 2027. Het idee is dat jongeren van 16 tot en met 20 jaar een hoger percentage van het volwassen minimumloon krijgen, waardoor werken meer oplevert.
Het wettelijk minimumloon geldt nu volledig vanaf 21 jaar en staat op 14,71 euro per uur. Jongeren zitten daar met staffels (percentages) onder. Die staffels worden opgetrokken, behalve voor 15-jarigen.
Waarom veel jongeren er weinig van merken
Volgens onderzoek van ondernemershuis Van Spaendonck – gebaseerd op loondata van ruim 100.000 jongeren – blijft het effect van de maatregel in de praktijk beperkt. Nu verdient 87,5 procent van de 15- tot 21-jarigen al boven het huidige minimumjeugdloon.
Na de verhoging in 2027 verdient nog steeds 64 procent boven het nieuwe minimumjeugdloon. Dat betekent dat uiteindelijk maar 36 procent van de jongeren echt op het (nieuwe) minimum uitkomt en dus direct verschil kan voelen.
Cao’s zorgen nu al voor hogere jeugdschalen
Dat grote aandeel jongeren dat al boven het minimum zit, heeft een simpele oorzaak: in veel cao’s (collectieve arbeidsovereenkomsten) staan jeugdschalen die gunstiger zijn dan het wettelijke minimum. Werkgevers betalen dan automatisch al meer dan strikt verplicht is.
Ook na de wetswijziging blijft dat in veel gevallen zo. De verhoging schuift het wettelijke minimum omhoog, maar als je loon via een cao al hoger ligt, verandert er aan je uurloon niet per se iets.
Supermarktbanen profiteren vaker dan horeca
Tussen sectoren zijn de verschillen stevig. In supermarkten zit volgens Van Spaendonck ongeveer 35 procent van de jongeren wél op het minimumjeugdloon. Daar kan de stijging dus vaker direct voelbaar zijn op de loonstrook.
In de horeca ligt dat anders: daar verdient nu ruim 97 procent van de jeugdige werknemers al boven het minimum. Met andere woorden: veel horecajongeren gaan de verhoging waarschijnlijk vooral ‘op papier’ meemaken, niet in hun portemonnee.
Waarom sectoren jongeren nu al meer betalen
Van Spaendonck wijst op de krappe arbeidsmarkt als belangrijke verklaring. Werkgevers moeten moeite doen om jongeren binnen te halen én vast te houden. Een net wat hoger loon is dan een snelle manier om aantrekkelijker te zijn dan de concurrent.
Dat verklaart ook waarom je zulke verschillen ziet tussen sectoren. Sommige branches hebben de lonen al opgetrokken om banen gevuld te krijgen, terwijl andere sectoren dichter op het wettelijke minimum blijven zitten.
Druk op loongebouw en scheve verhoudingen
Een hogere ondergrens kan onverwachte discussies veroorzaken. Als het minimumjeugdloon stijgt, kunnen jongere werknemers ineens dichter tegen het loon aan komen van oudere collega’s, of van medewerkers met meer ervaring.
Van Spaendonck waarschuwt dat dit kan leiden tot gesprek aan de cao-tafel of binnen bedrijven: hoe houd je salarisschalen logisch en eerlijk, als de onderkant in één keer omhoog schuift?
Verschuiving tussen sectoren ligt op de loer
Er zit nog een tweede effect aan deze maatregel. Sectoren die jongeren bewust boven het minimum betaalden om aantrekkelijk te blijven, moeten bepalen wat ze nu doen: meegaan met de stijging, of het laten zoals het is.
Als andere sectoren de lonen wél flink opkrikken, kan de concurrentie om jongeren verschuiven. Een bijbaan in de ene branche kan dan ineens interessanter worden dan in de andere, puur door het uurloon.
Dit zijn de nieuwe percentages per leeftijd
De verhoging gaat niet over een vast bedrag, maar over percentages van het volwassen minimumloon. Die percentages worden hoger voor 16 tot en met 20 jaar. Voor 15-jarigen blijft alles hetzelfde.
Dit is wat er verandert:
- 20 jaar: van 80 procent naar 87,5 procent
- 19 jaar: van 60 procent naar 75 procent
- 18 jaar: van 50 procent naar 62,5 procent
- 17 jaar: van 39,5 procent naar 50 procent
- 16 jaar: van 34,5 procent naar 40 procent
- 15 jaar: blijft 30 procent
Wat je als jongere (of ouder) nu al kunt doen
Wie wil weten of hij of zij straks echt profiteert, doet er goed aan om nu al te checken hoe het loon is opgebouwd: verdien je precies minimumjeugdloon, of zit je in een cao-schaal die erboven ligt? Dat maakt straks het verschil.
En voor ouders geldt hetzelfde: het kan helpen om samen met je kind naar loonstrookjes en cao-afspraken te kijken. Soms lijkt een baan ‘goed betaald’, maar is dat vooral omdat de sector nu al boven het minimum zit.
De grote belofte versus de kleine realiteit
De verhoging van het minimumjeugdloon is bedoeld als duidelijke stap richting betere beloning voor jongeren. Alleen laat dit onderzoek zien dat het effect ongelijk verdeeld is: sommige jongeren merken het meteen, veel anderen nauwelijks.
Uiteindelijk draait het dus niet alleen om wetgeving, maar ook om hoe cao’s en werkgevers reageren. Benieuwd hoe jij hiernaar kijkt: moet het minimumjeugdloon nog verder op de schop, of is dit juist een prima middenweg? Laat het weten via onze sociale media.
Bron: metronieuws.nl








