Wie de laatste tijd rond Suzan & Freek een beetje oplet, merkt dat er achter de schermen net zo veel gebeurt als op het podium. Tijdens hun concertreeks is er zelfs een sterrenchef ingevlogen om dagelijks te koken voor het duo. Dat klinkt luxe, maar het bracht óók praktische puzzels met zich mee.
Want Freek Rikkerink houdt zich momenteel aan het paleodieet. En dat betekent: keuzes maken, producten laten staan en tóch elke dag iets eten dat energie geeft. Alleen: niet iedereen is enthousiast over wat paleo op de lange termijn met je lichaam doet.
Een sterrenchef in de coulissen
Dat Suzan & Freek tijdens een drukke reeks optredens goed willen eten is logisch. Lange dagen, veel reizen en avonden vol adrenaline vragen om maaltijden waar je op kunt bouwen. Daarom werd er tijdens de concertreeks een sterrenchef aangesteld.
Voor die chef werd het wel extra schakelen, omdat Freek niet ‘gewoon’ eet. Hij volgt het paleodieet en wil daarbij, net als iedereen, afwisseling en iets wat echt lekker is. Maar hoe handig is zo’n dieet eigenlijk?
Wat het paleodieet precies inhoudt
Paleo is een eetpatroon waarbij je vooral veel eiwitten en vetten eet en juist nauwelijks koolhydraten. Denk aan vlees, vis, eieren, noten en groenten, en minder brood, pasta, rijst en veel bewerkte producten.
De gedachte erachter is dat mensen in de prehistorie ook zo aten, en dat ons lichaam daar genetisch op ‘afgesteld’ zou zijn. Alleen is die onderbouwing volgens deskundigen een stuk minder stevig dan vaak wordt gesuggereerd.
“Steentijdeten” is volgens kenners een mythe
Voedingsdeskundige Patrick Mullie zet in Het Laatste Nieuws vraagtekens bij de basis van paleo. Volgens hem is het simpelweg niet waar dat er één soort oerdieet was. Mensen aten toen vooral wat er beschikbaar was.
De ene dag waren dat noten, de volgende dag bessen, en op andere momenten weer iets heel anders. Het idee dat onze genen optimaal zouden passen bij één strak afgebakend menu, noemt hij moeilijk te bewijzen.
Minder kanker vroeger, maar om heel andere redenen
Een argument dat soms opduikt is: vroeger kwam kanker minder voor, dus die ‘oude manier van eten’ zal wel goed zijn. Mullie plaatst daar direct kanttekeningen bij. De levensverwachting was vroeger namelijk veel lager.
Veel mensen haalden bij wijze van spreken hun veertigste niet eens door ziekte, ontbering of gevaarlijke omstandigheden. Dat er minder kanker werd gezien, zegt dus niet automatisch iets over voeding. Het kan ook simpelweg komen doordat mensen jong stierven.
De link met kanker: theorie versus praktijk
Bij mensen die met kanker te maken hebben, duikt een andere gedachte op: tumorcellen gebruiken glucose als brandstof, dus als je minder koolhydraten eet, ‘honger’ je de kanker uit. Het klinkt logisch, maar bewijs is schaars.
Mullie is duidelijk: de theorie dat je kanker kunt uithongeren is onvoldoende bewezen. En in de praktijk kan het zelfs averechts werken, omdat je met streng schrappen het risico loopt dat je lichaam juist verzwakt.
Waarom vitamines en vezels een punt zijn
Volgens deskundigen is het voor kankerpatiënten extra belangrijk om op gewicht te blijven en voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. Juist daar kan paleo wringen: bepaalde productgroepen worden vermeden, waardoor je tekorten kunt oplopen.
Zo wijst Mullie erop dat vitamines uit de B-groep en vezels vaak juist zitten in producten die binnen paleo regelmatig geschrapt worden. In de berichtgeving wordt zelfs expliciet genoemd: “Hij mist nu vitamine B.”
Rood vlees op het menu en het bekende risico
Nog een punt dat terugkomt in de kritiek: op het paleomenu staat relatief vaak rood vlees. Dat is niet automatisch ‘slecht’, maar het wordt wel relevant als je het structureel veel eet, zeker op langere termijn.
Volgens Mullie is het wetenschappelijke bewijs voor bepaalde risico’s van veel rood vlees, zoals een verhoogde kans op onder meer darmkanker, sterker dan het bewijs voor de gezondheidsclaims van het paleodieet. Dat maakt de discussie extra gevoelig.
Wat je hier als lezer vooral uit kunt halen
Het gesprek over Freeks dieet laat vooral zien hoe snel voeding een onderwerp wordt waar hoop, overtuiging en wetenschap door elkaar lopen. Zeker als gezondheid ineens geen abstract thema meer is, maar iets persoonlijks en urgents.
Het is daarom verstandig om niet alleen af te gaan op trends of mooie theorieën, maar keuzes te bespreken met een arts of diëtist die je situatie kent. Wat voor de één goed voelt, kan voor de ander een valkuil zijn.
Praat mee: hoe kijk jij naar diëten bij ziekte?
Het blijft een lastig onderwerp: mensen willen graag zélf iets kunnen doen, en voeding voelt dan als een logische knop om aan te draaien. Tegelijk wil je niet dat iemand juist belangrijke bouwstoffen misloopt.
Hoe kijk jij hiernaar? Vind je het logisch dat mensen experimenteren met diëten in zo’n situatie, of vind je dat te riskant? Laat het weten via onze sociale media—wij zijn benieuwd naar jouw mening.
Bron: mediacourant.nl












