Nederland is samen met vier andere Europese landen in gesprek met Oeganda over de mogelijkheid om afgewezen asielzoekers op te vangen in het Oost-Afrikaanse land. Het idee is dat mensen die geen recht hebben op asiel in Nederland, Duitsland, België, Denemarken of Oostenrijk, niet in Europa hoeven te blijven, maar in opvanglocaties in Oeganda terechtkunnen.

Initiatief en betrokken landen
Het initiatief voor deze gesprekken komt uit Nederland. Minister Eric van der Burg van Justitie en Veiligheid heeft bevestigd dat er verkennende contacten zijn met Oeganda en andere landen om te onderzoeken of zij bereid zijn afgewezen asielzoekers op te nemen. Nederland voert deze gesprekken samen met Duitsland, België, Denemarken en Oostenrijk. Deze landen zoeken gezamenlijk naar nieuwe manieren om het migratievraagstuk aan te pakken en de druk op de Europese asielsystemen te verminderen.
Volgens het Nederlandse ministerie van Justitie en Veiligheid worden deze besprekingen gevoerd in het kader van een bredere Europese samenwerking. Het doel is om te komen tot alternatieven voor het huidige beleid, waarbij veel afgewezen asielzoekers moeilijk uitgezet kunnen worden naar hun land van herkomst. Door opvang buiten Europa te organiseren, hopen de betrokken landen meer grip te krijgen op het aantal mensen dat in Europa verblijft zonder verblijfsrecht.
Reactie vanuit Oeganda
De Oegandese minister van Buitenlandse Zaken, Jeje Odongo, heeft laten weten dat Oeganda op dit moment nog geen formeel verzoek heeft ontvangen van de Europese landen. Hij verklaarde dat, mocht zo’n verzoek komen, dit eerst intern besproken zou moeten worden door de Oegandese autoriteiten voordat er verdere stappen gezet worden. Odongo benadrukte dat een dergelijk besluit niet lichtvaardig genomen kan worden en dat Oeganda zorgvuldig zal overwegen of het aan een dergelijk verzoek wil en kan voldoen.
Oeganda staat bekend om zijn open houding ten opzichte van vluchtelingen. Het land vangt momenteel meer dan anderhalf miljoen vluchtelingen op, vooral uit buurlanden als Zuid-Soedan en de Democratische Republiek Congo. Deze ruime opvangpolitiek wordt internationaal vaak geprezen, maar legt ook een flinke druk op de middelen en voorzieningen van Oeganda zelf. De bereidheid van Oeganda om mogelijk ook afgewezen asielzoekers uit Europa op te nemen, is daarom onderwerp van intern overleg en weegt zwaar in de besluitvorming van het land.

Verkenningsfase zonder concrete afspraken
Hoewel de gesprekken tussen de vijf Europese landen en Oeganda gaande zijn, is er volgens alle betrokken partijen nog geen sprake van concrete afspraken of akkoorden. Het gaat momenteel om een verkennende fase, waarin onderzocht wordt welke mogelijkheden er zijn en onder welke voorwaarden Oeganda eventueel wil meewerken aan het opvangen van afgewezen asielzoekers uit Europa. Minister Van der Burg heeft aangegeven dat Nederland en de andere landen pas verder zullen praten als Oeganda aangeeft open te staan voor het idee en bereid is hierover serieuze gesprekken te voeren.
De betrokken landen benadrukken dat elk besluit zorgvuldig genomen moet worden en in overeenstemming moet zijn met internationale verdragen en mensenrechtenstandaarden. Zij willen voorkomen dat het beleid leidt tot schendingen van de rechten van asielzoekers en vluchtelingen. Daarom wordt er veel waarde gehecht aan overleg met Oeganda en het respecteren van de interne besluitvorming in het Afrikaanse land.
Internationale context en eerdere plannen
Het idee om asielzoekers buiten Europa op te vangen is niet nieuw. In verschillende Europese landen zijn de afgelopen jaren plannen besproken om afgewezen asielzoekers of mensen zonder verblijfsvergunning buiten de EU onder te brengen. Zo heeft het Verenigd Koninkrijk een omstreden overeenkomst gesloten met Rwanda, waarbij asielzoekers naar dat land kunnen worden overgebracht. De uitvoering van dit Britse plan stuit echter op veel juridische en praktische bezwaren, waardoor het nog niet op grote schaal is uitgevoerd.
LEES OOK:Nieuwe foto van Martijn Krabbé maakt veel los bij fans en de reacties zijn hartverscheurend
De huidige gesprekken tussen Nederland, Duitsland, België, Denemarken, Oostenrijk en Oeganda worden dan ook met veel belangstelling gevolgd door andere Europese landen, internationale organisaties en mensenrechtenorganisaties. Zij willen weten of het mogelijk is om opvang buiten Europa op een legale en menswaardige manier te organiseren en of dergelijke plannen stand kunnen houden bij internationale rechtbanken en toezichthouders.
Druk op het Europese asielsysteem
De aanleiding voor deze verkennende gesprekken is de voortdurende druk op het Europese asielsysteem. Jaarlijks vragen tienduizenden mensen asiel aan in Nederland en andere Europese landen. Een aanzienlijk deel van hen krijgt uiteindelijk geen verblijfsvergunning, maar het blijkt vaak lastig om deze groep daadwerkelijk terug te sturen naar het land van herkomst. Dit komt onder andere doordat landen van herkomst niet altijd meewerken aan terugkeer of omdat het voor de betrokken personen te gevaarlijk is om terug te keren.
Door opvang buiten Europa te organiseren, hopen de vijf Europese landen een deel van deze problemen te ondervangen. Tegelijkertijd benadrukken zij dat elk besluit in lijn moet zijn met internationale verdragen, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en andere afspraken over de bescherming van vluchtelingen en asielzoekers.
Vooruitzichten en vervolgstappen
Het is vooralsnog onduidelijk of en wanneer er daadwerkelijk opvangcentra voor afgewezen asielzoekers in Oeganda zullen worden ingericht. De gesprekken bevinden zich in een vroeg stadium en zijn afhankelijk van de bereidheid van Oeganda om aan het verzoek van de Europese landen gehoor te geven. Minister Van der Burg heeft aangegeven dat Nederland geen verdere stappen zal zetten totdat Oeganda laat weten open te staan voor inhoudelijk overleg. Tot dat moment blijven de gesprekken op een verkennend niveau en worden er geen bindende toezeggingen gedaan.










