Rutte heeft spijt van ‘telefoon-incident’: ‘Dat was niet zo handig’

Het zorgde voor flink wat consternatie: minister-president Mark Rutte die tijdens het stikstofdebat in de Tweede Kamer op het schermpje van zijn telefoon tuurde. De premier heeft inmiddels spijt betuigd. Hoe asociaal is zijn gedrag?

Het schoot PvdD-Kamerlid Esther Ouwehand tijdens het stikstofdebat in het verkeerde keelgat: Mark Rutte die tijdens haar inbreng druk in de weer was met zijn telefoon. ,,Het is een heel slecht signaal’’, zei een geërgerde Ouwehand. ,,Zou de premier misschien even kunnen opletten en stoppen met kijken op zijn mobieltje?’’ Zonder op te kijken van zijn telefoon zei Rutte: ,,Ik hoor alles.’’

De premier zegt een dag later spijt te hebben van de manier waarop hij reageerde. ,,Ik snap de irritatie wel’’, zei de premier vrijdag tijdens zijn wekelijkse persconferentie. ,,Ik had tenminste op dat moment eventjes de woordvoerder van de Partij voor de Dieren, Esther Ouwehand, kunnen aankijken. Dat was niet zo handig.’’ Het was een lang debat, aldus de premier. ,,Maar dat is geen excuus. Ik ga proberen nog veel minder op m’n telefoon te kijken.”

Maar de irritatie over telefoons in de Tweede Kamer blijft niet beperkt tot de premier. Kamervoorzitter Khadija Arib (PvdA) is er maar druk mee. ,,Arib krijgt heel vaak opmerkingen over Kamerleden die op hun telefoon kijken’’, zegt politiek verslaggever Hans van Soest. ,,Zij voelt zich daarom waarschijnlijk genoodzaakt om die ergernis in de Kamer te vertolken.’’

Dat beaamt Arib. Regelmatig krijgt de voorzitter e-mails met klachten over politici die steeds met hun telefoon bezig zijn. Arib vindt het daarom belangrijk dat politici zich bewust zijn van de kritiek. ,,Wat voor anderen geldt, geldt voor ons dubbel’’, aldus de voorzitter, die zelfs regelmatig telefoons van Kamerleden in beslag neemt. Toch breekt ze ook een lans voor alle telefoonturende politici. ,,Mensen zitten soms de hele dag in de Kamer. Dan is het onontkoombaar dat ze soms op hun telefoon kijken.’’

Een telefoonverbod vindt de voorzitter een brug te ver, maar een beetje terughoudendheid zou de Kamerleden en bewindsleden wel sieren.

Ze kijken zelf veel op hun telefoon en lopen weg uit debatten

Geen regels
Zijn er überhaupt gedragsregels voor tablets en telefoongebruik? ,,Het korte antwoord is: nee, die zijn er niet’’, weet Van Soest. ,,Toen Twitter net opkwam is er wel eens gezegd dat men niet moet twitteren tijdens een debat. Maar inmiddels houdt niemand zich daar nog aan.’’

Van Soest vindt de verontwaardiging over het schermgetuur van Rutte ‘een beetje flauw’. ,,De premier heeft wel meer te doen dan alleen dat ene debat over stikstof’’, zegt hij. ,,Over allerlei andere terreinen worden hem vragen gesteld waarop hij antwoord moet geven. Dan is het niet gek dat hij af en toe op zijn telefoon kijkt.’’

De kritiek van Ouwehand noemt hij hypocriet. Want het telefoongebruik is schering en inslag in de Tweede Kamer: Kamerleden letten zelf lang niet altijd op. ,,Ze kijken zelf veel op hun telefoon en lopen ook geregeld weg uit debatten. Terwijl Rutte en andere bewindslieden verplicht zijn om daar te blijven zitten.’’

Multitasken
Eén interessant verweer had de premier tijdens het debat van donderdag nog wel: ,,Ik hoor alles’’, zei hij tegen de geërgerde Ouwehand. Maar kan dat eigenlijk wel? Nee, zegt Paul Kirschner, emeritus hoogleraar onderwijspsychologie aan de Open Universiteit. ,,Als je iets probeert te verwerken waar je naar kijkt, kun je absoluut niet inhoudelijk luisteren.”

Je kunt niet twee informatieverwerkende processen tegelijkertijd uitvoeren, zegt Kirschner. Ons brein is zo geprogrammeerd dat het maar één complexe, cognitieve functie tegelijk kan uitvoeren. Kirschner: ,,Alleen als je niet over de taak hoeft na te denken, kan het. Je kunt dus wél een broodje eten en tegelijkertijd luisteren. Maar op het moment dat je begint na te denken over het broodje: bijvoorbeeld omdat ze er geen mayonaise op hebben gedaan, dan luister je al niet meer.’’

Kirschner wijst wel op een klein deel van de bevolking dat wél twee dingen tegelijk kan. Dat is zo’n 0,02 procent. ,,Misschien hebben we een genie als premier, maar als hij niet tot de 0,02 procent behoort, is het pure onzin wat hij uitkraamt.’’