Geweldszaken waarin transgender personen betrokken zijn, trekken vaak veel aandacht en roepen al snel stevige reacties op. Maar als je voorbij de headlines kijkt, blijkt het beeld ingewikkelder dan het in talkshows en op sociale media meestal wordt neergezet.
Een nieuwe studie van de Universiteit van Oxford duikt in een heel specifieke categorie: alle moordzaken in het Verenigd Koninkrijk tussen 2000 en 2025 waarbij een transgender persoon óf slachtoffer was, óf als verdachte/verdachte in beeld kwam. De uitkomsten zetten het dominante verhaal in ieder geval op scherp.

Wat er precies is onderzocht
De onderzoekers, Michael Biggs en Ace North, verzamelden gegevens uit officiële bronnen zoals het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken en de Schotse overheid. Het gaat dus niet om schattingen of losse meldingen, maar om zaken die formeel zijn vastgelegd.
Belangrijk detail: in de telling zijn alleen personen opgenomen die ook echt zijn aangeklaagd of vervolgd. Dat is volgens de studie bedoeld om de cijfers door de jaren heen eerlijk te kunnen vergelijken, zonder dat definities of registratiesystemen tussentijds te veel ruis veroorzaken.
De opvallende verhouding dader en slachtoffer
In de onderzochte periode registreerden de auteurs 20 moordzaken waarin een transgender persoon als verdachte of aangeklaagde figureerde. Daartegenover staan 11 moorden waarbij een transgender persoon het slachtoffer was.
Die balans wijkt af van wat veel mensen intuïtief verwachten na jaren van berichtgeving over transpersonen als uitzonderlijk kwetsbare groep. Volgens de onderzoekers liggen de verhoudingen in deze dataset dichter bij patronen die je bij mannen in het algemeen ziet.
Vergelijking met mannen en vrouwen
De studie legt de cijfers niet alleen naast elkaar, maar probeert ook te duiden wat ze betekenen in een bredere context. Daarbij stellen Biggs en North dat de dader-slachtofferverhouding bij transgender betrokkenen meer lijkt op die van mannen dan op die van vrouwen.
Dat is een gevoelige conclusie, zeker omdat discussies over transgender veiligheid vaak leunen op de gedachte dat transpersonen vooral slachtoffer zijn. De onderzoekers zeggen niet dat transpersonen geen risico lopen, maar wel dat het beeld niet eendimensionaal is.

Media-aandacht en het effect op beeldvorming
Naast de ruwe cijfers keek de studie ook naar hoe de media erover berichtten. Daarbij wordt onder meer BBC News genoemd als voorbeeld. De kern: zaken met transgender slachtoffers kregen gemiddeld veel meer artikelen dan zaken met transgender daders.
Concreet: per transgender slachtoffer verschenen er gemiddeld twaalf nieuwsartikelen, terwijl transgender daders gemiddeld op vier artikelen per zaak uitkwamen. De onderzoekers noemen dat verschil statistisch significant en een mogelijke motor achter een scheef publiek beeld.
Wie waren de slachtoffers in de dataset
Alle 11 slachtoffers in de onderzochte moordzaken waren trans vrouwen. In vier gevallen ging het om personen die actief waren in de prostitutie, een omgeving die vaker samenhangt met verhoogde risico’s door afhankelijkheid, geheimhouding en contact met onbekenden.
In vrijwel alle zaken waren de daders mannen. Opvallend is dat de studie aangeeft dat er in de dossiers meestal geen harde aanwijzing was dat haat tegen transgender identiteit het hoofdmotief vormde, al kunnen negatieve opmerkingen wel een rol hebben gespeeld.
De casus Brianna Ghey
Een van de bekendste zaken die in de studie wordt besproken is de moord op Brianna Ghey. Zij werd gedood door twee minderjarigen, een zaak die in het Verenigd Koninkrijk diepe indruk maakte en breed werd uitgemeten in de media.
Volgens de onderzoekers lag het dominante motief in de wens om te doden, en niet primair in haar transgender identiteit. Tegelijk wordt genoemd dat er wel negatieve opmerkingen zijn gemaakt, wat de publieke interpretatie van het motief extra beladen maakt.
Wie waren de daders volgens het onderzoek
Bij de groep zaken waarin transgender personen als dader werden geregistreerd, gaat het volgens de studie in veel gevallen om biologische mannen die zich identificeren als vrouw. Dat detail wordt door de onderzoekers expliciet genoemd in de beschrijving van de casuïstiek.
Ook komt het gevangenissysteem terug in de analyse. De studie verwijst onder meer naar een incident waarbij een gedetineerde na een gendertransitie werd overgeplaatst naar een vrouwengevangenis en daar een medegevangene aanviel.
Geen duidelijke stijging in 25 jaar
Een andere uitkomst die de onderzoekers opmerkelijk noemen: over de periode 2000 tot en met 2025 is er geen duidelijke stijgende lijn te zien in dit type moordzaken. Dat terwijl het aantal mensen dat zich als transgender identificeert juist is toegenomen.
De auteurs suggereren dat groeiende zichtbaarheid niet automatisch betekent dat dit soort geweldscategorieën in dezelfde mate meegroeien. Met andere woorden: maatschappelijke aandacht kan toenemen zonder dat de harde aantallen gelijk oplopen.

Wat de onderzoekers zeggen over het publieke debat
De studie is niet alleen een cijferoefening, maar ook een commentaar op de manier waarop verhalen worden verteld. De onderzoekers wijzen op wat zij zien als ongelijke aandacht: wanneer iemand transgender is en slachtoffer, wordt dat vaak expliciet benoemd.
Bij daders zou die transgenderstatus volgens hen juist minder consequent worden genoemd. Daardoor kan een selectief beeld ontstaan. Ze schrijven dat als er wordt gesproken over een “epidemie” rond slachtoffers, die term dan logisch gezien ook op daders toegepast zou moeten worden.
Waarom deze uitkomst zo gevoelig ligt
De bevindingen raken aan een discussie die al jaren gepolariseerd is: veiligheid, erkenning en rechten van transpersonen aan de ene kant, en zorgen over framing, statistiek en beleid aan de andere. Elke nieuwe studie wordt daardoor snel politiek gelezen.
Toch blijft het nuttig om te onderscheiden wat cijfers wél en niet zeggen. Dit onderzoek gaat uitsluitend over moordzaken en alleen over zaken met formele vervolging. Het zegt dus niets direct over alle vormen van geweld, intimidatie of discriminatie.
Wat je als lezer met deze cijfers kunt
De kern is dat deze Oxford-studie de discussie minder zwart-wit maakt. Wie alleen kijkt naar mediaberichten ziet vaak een nadruk op slachtofferschap; wie alleen naar losse incidenten kijkt kan juist generaliseren over daderschap. Beide zijn onvolledig.
Juist omdat het onderwerp zo beladen is, helpt het als cijfers, context en media-aandacht naast elkaar worden gelegd. Wat vind jij: wordt er eerlijk en consequent bericht over dit soort zaken? Laat het weten via onze sociale media.




