In Den Haag is het zelden rustig, maar soms zie je in één peiling ineens een paar duidelijke verschuivingen oplichten. De nieuwste zetelpeiling van Maurice de Hond (Peil.nl) laat precies dat zien: partijen schuiven, blokken vallen uiteen en oude zekerheden voelen weer een tikje minder zeker.

Wie er precies profiteert en wie juist terrein verliest, wordt pas echt interessant als je verder kijkt dan alleen de koplopers. Want achter die ene zetel winst of verlies schuilt vaak een verhaal over vertrouwen, timing en een electoraat dat snel van stemming kan veranderen.
Peiling zet verhoudingen opnieuw in beweging
De meting van 18 april 2026 laat zien dat de politieke kaarten nog altijd niet vast liggen. Kiezers lijken zich niet zomaar te binden, waardoor relatief kleine verschuivingen per week meteen grote betekenis kunnen krijgen.
Dat is ook precies wat deze peiling onderstreept: de verschillen tussen veel partijen blijven klein, terwijl de druk op het midden toeneemt. Daardoor wordt elk op- of neerwaarts zetje direct onderdeel van een groter verhaal.
Pro blijft bovenaan, maar de marge is dun
PRO komt in deze peiling uit op 23 zetels, één meer dan de vorige meting. Daarmee verstevigt de partij haar positie als grootste, al is het woord “dominant” in dit versnipperde landschap nog altijd te groot.
Want hoewel 23 zetels een fraaie score is, zit de rest van het peloton er niet ver achter. In zulke omstandigheden is de vraag minder wie er nu bovenaan staat, en meer wie die plek ook kan vasthouden.
D66 zakt verder weg en raakt de kopgroep kwijt
Voor D66 is het beeld minder vrolijk: de partij daalt van 22 naar 20 zetels. Het is opnieuw verlies, en het voelt daardoor niet meer als een incident, maar als een trend die zich doorzet.
Politiek gezien is dat pijnlijk, omdat D66 in de strijd om invloed en zichtbaarheid juist baat heeft bij een plek in de voorste rij. Met 20 zetels blijf je meedoen, maar je verliest wel momentum.
PVV wint terrein en schuift richting de top
De PVV van Geert Wilders boekt een duidelijke plus: van 17 naar 19 zetels. Het is geen explosie, maar wel een stevige stap vooruit die de partij dichter bij de top drie brengt.
In peilingen kan zo’n sprong betekenen dat twijfelaars terugkeren of dat een thema weer beter landt bij het publiek. Hoe dan ook: het signaal is dat de PVV weer wat meer wind in de zeilen heeft.
Ja21 groeit door en staat nu gelijk met de VVD
JA21 stijgt van 16 naar 17 zetels en komt daarmee precies op gelijke hoogte met de VVD. Dat is opvallend, omdat het laat zien dat aan de rechterkant de concurrentie om kiezers tot op de zetel wordt uitgevochten.

Met 17 zetels is JA21 bovendien groter dan het CDA in deze meting. Dat verschuift de gesprekken over “wie hoort bij de grote partijen” en kan ook strategisch gevolgen hebben richting debatten en coalitieverhalen.
VVD blijft stabiel, maar het verlies blijft in beeld
De VVD blijft staan op 17 zetels. Op het eerste gezicht is dat rustig nieuws, maar de context maakt het scherper: vergeleken met de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 2025 staat de partij nog altijd lager.
Stabiel zijn kan prettig voelen, maar het kan ook betekenen dat je niet doorbreekt. Voor een partij die gewend is mee te regeren en toon te zetten, is het de vraag of dit plateau voldoende is.
CDA levert in en ziet FVD op gelijke hoogte komen
Het CDA verliest opnieuw: van 18 naar 16 zetels. Daarmee komt de partij nu op gelijke hoogte met Forum voor Democratie, dat in deze peiling stabiel blijft op 16 zetels.
Voor het CDA is dat dubbel zuur, omdat het niet alleen zetels kost, maar ook status in het politieke speelveld. En voor FVD geldt het omgekeerde: stabiel blijven op dit niveau voelt als een structurele aanwezigheid.
Coalitiepartijen dalen samen verder weg
Als je VVD, D66 en CDA bij elkaar optelt, kom je in deze peiling uit op 53 zetels. Dat is samen 13 zetels minder dan bij de verkiezingsuitslag van 2025, en dat maakt het kabinet zichtbaar kwetsbaar.
In de praktijk betekent dit vooral dat elk dossier zwaarder gaat wegen: stevige oppositie, kritische achterban en interne spanning worden voelbaarder wanneer het draagvlak in peilingen onder druk staat.

FVD profiteert van verschuivingen, BBB blijft klein
FVD blijft dus op 16 zetels staan, maar de vergelijking met de verkiezingen is opvallend: volgens deze peiling staat de partij op een winst van negen zetels. Dat suggereert dat een deel van de rechterflank blijft bewegen.
BBB blijft ondertussen steken op 1 zetel, zonder zichtbaar herstel. Dat is een groot contrast met de eerdere doorbraken van de beweging en laat zien hoe snel politieke aandacht kan verdwijnen wanneer de stroom keert.
Kleine partijen veranderen weinig, maar houden sleutelposities
Bij de kleinere partijen zijn de verschuivingen beperkt: Partij voor de Dieren en 50PLUS blijven op 4 zetels, terwijl SP, DENK en SGP stabiel staan op 3 zetels. Ook dat zegt iets: er zit een vaste kern.
ChristenUnie en Volt blijven op 2 zetels, waarbij Volt nog altijd op winst staat ten opzichte van de verkiezingen. In een versplinterd parlement kunnen juist dit soort partijen later doorslaggevend worden.
Versnippering maakt meerderheden ingewikkeld
De peiling bevestigt vooral hoe verdeeld het politieke landschap blijft. Met veel partijen dicht bij elkaar en een relatief kleine grootste partij wordt het vormen van stabiele meerderheden lastig, zeker als de verhoudingen blijven schuiven.
De Hond wijst daarnaast op de sterke polarisatie rond thema’s als de energiecrisis en de aanstaande stemming in de Eerste Kamer over asielwetten. Dat zijn dossiers die emoties oproepen en kiezers kunnen blijven verplaatsen.
Wat betekent dit richting de komende weken?
Peilingen zijn geen uitslag, maar ze sturen wel het gesprek: partijen reageren, toon wordt aangescherpt en strategieën worden bijgesteld. Zeker als winnaars blijven winnen en verliezers blijven dalen, kan het zelfversterkend werken.
Voor nu is het beeld helder: PRO houdt de kop vast, D66 zakt verder, PVV en JA21 winnen, en de coalitie oogt broos. Wat vind jij van deze verschuivingen? Praat mee via onze social media.
Bron: socialnieuws.nl










