Om 16.58 uur op een vrijdagmiddag, precies op het moment dat Brussel in de weekendstand leek te schieten, plofte er een e-mail in mijn inbox. Na maanden van vragen, brieven, herinneringen en opnieuw dezelfde verzoeken, stond het er ineens zwart op wit: MCC Brussels was geschorst uit het Transparantieregister van de Europese Unie.
Dat soort berichten leest altijd alsof het over iemand anders gaat. Tot je je realiseert dat het over jouw organisatie gaat, jouw team, jouw naam. En dan komt die ene vraag vanzelf bovendrijven: hoe kan een club die zich juist vrijwillig aanmeldt voor transparantie, opeens uit het systeem worden gezet?
De eerste schok komt niet door de schorsing
De schorsing zelf is vervelend, maar de echte klap zit in de manier waarop het gebeurt. Geen open gesprek, geen duidelijk stappenplan, geen helder overzicht van wat er precies ontbreekt. Alleen een besluit na een lange periode van heen-en-weer, waarin je vooral leert hoe stroperig een machine kan zijn als je er echt iets van wil weten.
En dat wringt, omdat het Transparantieregister juist bedoeld is om vertrouwen op te bouwen. Burgers moeten kunnen zien wie er in Brussel lobbyt, met wie er wordt gesproken en welke belangen meespelen. Als zo’n systeem dan zelf mistig wordt, voelt dat als een verkeersbord dat je de mist in stuurt.
Hoe het begon: eerst netjes, dan nóg netter
Toen MCC Brussels drie jaar geleden de deuren opende, was het uitgangspunt simpel: als je in Brussel iets wil doen, dan doe je het volgens de regels. Dus werden de procedures uitgeplozen, de voorwaarden gelezen en de formaliteiten afgetikt. Niet half, maar volledig.
Zelfs voordat MCC Brussels een volledig gevestigde Belgische rechtspersoon was, werd er al voor registratie gezorgd via een Hongaarse partnerorganisatie. Daarna, zodra MCC Brussels formeel bestond, volgde een eigen registratie. Vrijwillig, zoals het systeem het ook bedoelt.
Waarom dat register zo’n groot ding is in Brussel
Het Transparantieregister is in theorie een etalage van invloed. Organisaties die contact hebben met EU-instellingen, of die proberen beleid te beïnvloeden, horen daarin zichtbaar te zijn. Het is niet alleen een administratie; het is een signaal: we spelen open kaart.
Juist daarom valt een schorsing op. Niet alleen bij de organisatie zelf, maar ook bij iedereen die het register ziet als een soort kwaliteitsstempel. Als je eruit ligt, denken mensen snel: dan zal er wel iets niet kloppen. En dat effect blijft vaak plakken, ook als de details ingewikkelder zijn.
De kernvraag: wat is transparantie als het proces ondoorzichtig voelt?
Daar ontstaat de paradox. Je kunt jarenlang proberen alles volgens de regels te doen, alle vakjes aan te vinken en elke vraag te beantwoorden, maar toch kan het systeem je behandelen alsof je een indringer bent. Dan gaat het niet meer alleen om papierwerk, maar om de machtsverhouding.
Want wie bepaalt uiteindelijk wat “genoeg transparant” is? En hoe kun je je verdedigen als het onduidelijk blijft welke informatie precies ontbreekt, op welke manier die moet worden aangeleverd, en wie daarover beslist? Op dat moment wordt transparantie een woord dat mooi klinkt, maar lastig te toetsen is.
Brussel als wereld van regels, maar ook van interpretaties
Wie Brussel een beetje kent, weet dat regels zelden alleen maar regels zijn. Er zitten interpretaties tussen, marges, uitzonderingen en soms ook politieke gevoeligheden. Dat hoeft niet meteen verdacht te zijn, maar het maakt het systeem wel kwetsbaar voor willekeur.
Het gevoel dat je tegen een muur praat, ontstaat vaak niet door één moment, maar door herhaling. Steeds weer dezelfde vragen, steeds weer wachten, soms weken, soms langer. En ondertussen loopt de klok door, terwijl reputatieschade in Brussel geen geduldig proces is.
Wat deze zaak zegt over toezicht en verantwoordelijkheid
De schorsing roept dus een ongemakkelijke, maar logische vervolgvraag op: wie houdt toezicht op de waakhond? Het Transparantieregister wil controle en openheid afdwingen bij organisaties, maar het systeem zelf moet óók controleerbaar zijn.
In een ideale wereld is er een duidelijk, eerlijk en navolgbaar proces. Je weet waar je aan toe bent, welke stappen er komen en hoe je fouten kunt herstellen. Maar als de route onduidelijk blijft, wordt het register niet alleen een instrument voor transparantie, maar ook een hefboom van macht.
Waarom het debat hierover verder gaat dan één organisatie
Dit verhaal gaat niet alleen over MCC Brussels. Het raakt aan iets groters: hoe instellingen omgaan met organisaties die zich vrijwillig willen verantwoorden. Als je deelname aan het systeem “veilig” wil maken, moet je ook zorgen dat het systeem voorspelbaar en eerlijk is.
Anders ontstaat er een perverse prikkel. Dan denken organisaties: waarom zouden we ons aanmelden en extra openheid geven, als het ons later kan worden aangerekend of als we zonder duidelijke uitleg kunnen worden geschorst? Dat is precies het tegenovergestelde van wat je met transparantie wil bereiken.
Wat er nu op het spel staat
Een schorsing uit het register is niet alleen een administratieve maatregel, maar werkt door in hoe deuren opengaan, hoe afspraken tot stand komen en hoe een organisatie wordt bekeken. In Brussel, waar netwerken en vertrouwen alles zijn, kan zo’n label lang blijven hangen.
Daarom is het essentieel dat dit soort besluiten niet alleen correct zijn, maar ook zichtbaar eerlijk. Niet: “omdat wij het zeggen”, maar: “dit zijn de criteria, dit is de onderbouwing, dit is de oplossing”. Transparantie is tenslotte geen eenrichtingsverkeer.
De vraag die blijft liggen
Na de e-mail van 16.58 uur bleef vooral die ene gedachte hangen. Niet eens boos, eerder verbaasd: hoe kan iets dat bedoeld is om het vertrouwen in Brussel te vergroten, bij betrokkenen juist wantrouwen oproepen? Dat is een alarmsignaal, geen detail.
Misschien is dat wel de belangrijkste les: als je een systeem bouwt dat anderen moet controleren, moet je ook durven accepteren dat het systeem zelf onder de loep ligt. Wat vind jij: wie houdt toezicht op de waakhond in Brussel? Laat het weten via onze sociale media.
Bron: nieuwrechts.nl












