Wie zich de afgelopen jaren heeft laten leiden door een weeralarm van het KNMI, weet dat een waarschuwing soms voor een hele provincie gold, zelfs als het gevaar zich alleen voordeed aan de uiterste rand.

Bijvoorbeeld wanneer gladheid werd verwacht in het noordelijkste puntje van Noord-Holland, kreeg de hele provincie te maken met een code geel, oranje of zelfs rood. Ook bij voorspellingen van onweer of zware stormen werden vaak ruime gebieden gewaarschuwd, terwijl het weerinstituut al wist dat niet overal hetzelfde gevaar heerste.
Voor veel mensen leidde dat tot verwarring: het weer leek lang niet altijd overeen te komen met de waarschuwing die ze ontvingen. Organisaties, zoals veiligheidsregio’s, moesten zich voorbereiden op noodweer, zonder te weten of het hun regio daadwerkelijk zou treffen.
De wens om gerichter te kunnen inspelen op weerrisico’s werd steeds sterker, zowel bij het publiek als bij professionals.
Lokale waarschuwingen in plaats van provinciegrenzen
Vanaf vandaag voert het KNMI een ingrijpende verandering door in het waarschuwingssysteem. Het instituut laat de traditionele waarschuwingen op provincieniveau los en gaat voortaan veel lokaler melding maken van gevaarlijk weer, zoals storm, mist, hitte, gladheid en onweer.
Hierdoor hoeven meteorologen zich niet langer te houden aan de grenzen van provincies of gemeenten, maar kunnen ze nauwkeurig aangeven waar precies een weeralarm geldt.
Volgens Maarten van Aalst, hoofddirecteur van het KNMI, zorgt deze ontwikkeling ervoor dat mensen beter worden gewaarschuwd en dat het vertrouwen in de meldingen toeneemt. ‘Dat betekent dat we mensen beter kunnen waarschuwen,’ aldus Van Aalst. ‘Maar ook dat het vertrouwen in de waarschuwingen beter kan blijven.’
Nieuwe kaarten en digitale mogelijkheden
De vernieuwde kaarten die het KNMI hiervoor gebruikt, zijn vanaf nu beschikbaar op de website en in de app van het instituut. Gebruikers kunnen zelf inzoomen op hun woonplaats of een specifieke locatie opzoeken om te zien of daar een waarschuwing geldt.
Organisaties krijgen bovendien de mogelijkheid om de data te downloaden, zodat ze deze in hun eigen systemen of toepassingen kunnen verwerken.
Dit moet vooral veiligheidsregio’s helpen om efficiënter te werken. Remmy van Lieshout, directeur Crisisbeheersing bij de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, illustreert dit met een concreet voorbeeld: bij een storm die Den Helder treft, moeten hulpdiensten daar paraat staan voor omgevallen bomen en ongelukken.
Tot nu toe gold die paraatheid ook voor Amsterdam, simpelweg omdat het KNMI voor de hele provincie Noord-Holland waarschuwde. ‘Maar dat doen wij op dit moment ook in Amsterdam, omdat we niet weten of het in Amsterdam plaatsvindt’, zegt Van Lieshout.
‘Als het goed is horen wij vanaf november: “Het is in Den Helder en niet in Amsterdam”.’
Wetswijziging en technische voorbereiding
Om deze lokale wijze van waarschuwen mogelijk te maken, was eerst een aanpassing van de wet nodig. Sinds 20 mei mag het KNMI nu waarschuwingen afgeven die kleinschaliger zijn dan de provincie. In de maanden daarna werkte het instituut aan de technische kant om de nieuwe manier van waarschuwen mogelijk te maken.
De verwachting is dat organisaties en burgers hierdoor sneller en precies te horen krijgen waar ze op moeten letten bij gevaarlijk weer.
Snelle meldingen bij onweersbuien
De vernieuwing in het waarschuwingssysteem past bij andere recente verbeteringen van het KNMI. Zo werd in augustus al een functie toegevoegd aan de KNMI-app die gebruikers een melding stuurt als ze zich binnen vijftien minuten van een dreigende onweersbui bevinden.
Deze tool is inmiddels minstens één keer ingezet in de buurt van Middelburg, waar op 28 augustus een stevige onweersbui over trok.
Preciezere grenzen voor weercodes
Wat betreft de toekenning van weercodes blijven de bestaande kleurcodes bestaan, maar zijn er per type waarschuwing harde grenzen afgesproken voor code geel en oranje. Een code rood komt alleen na overleg met andere organisaties en wordt uitsluitend afgegeven als duidelijk is dat de impact van het weer zeer groot is.
Opvallend is dat het KNMI dit jaar voor het eerst een code rood uitvaardigde vanwege extreme hitte.
Concurrentie met commerciële weerapps
Het nieuwe waarschuwingssysteem wordt via de gratis KNMI-app en online aangeboden. Dit leidde vorig jaar tot onvrede bij commerciële aanbieders van weerinformatie, die het KNMI beschuldigden van oneerlijke concurrentie omdat het instituut met belastinggeld wordt gefinancierd.
De rechter stelde deze bedrijven echter in het ongelijk, waardoor het KNMI zijn app gratis mag blijven aanbieden.
Afstemming op de Caraïbische eilanden
Voor de Nederlandse Caraïbische eilanden geldt een ander waarschuwingssysteem, afgestemd op de specifieke risico’s van bijvoorbeeld orkanen. Hierbij wordt samengewerkt met omliggende eilanden om zo effectief mogelijk te kunnen waarschuwen voor extreem weer.
De verwachting is dat met deze nieuwe, lokale aanpak van waarschuwen zowel burgers als organisaties sneller en preciezer te horen krijgen waar ze rekening mee moeten houden. Zo wordt voorkomen dat grote gebieden onnodig op scherp staan, terwijl het gevaar zich misschien maar in een klein deel voordoet.









