Wie de komende jaren een nieuw huis wil, merkt het nu al: er wordt veel gebouwd, maar alles eromheen moet óók mee. Van wegen en scholen tot… elektriciteit. En juist dat laatste blijkt steeds vaker de flessenhals. In Utrecht en Zuid-Holland liep een opvallende poging om woningbouw vooruit te helpen deze week stuk op het volle stroomnet.
De twee provincies wilden samen vroegtijdig ruimte op het net veiligstellen voor tienduizenden nieuwe huizen. Maar de netbeheerders hebben die collectieve stroomaanvraag afgewezen. Niet omdat woningbouw onbelangrijk is—integendeel—maar omdat de aanvraag volgens de beheerders simpelweg niet paste binnen de officiële regels.
Een poging om het net voor te zijn
Begin dit jaar deden Utrecht en Zuid-Holland iets wat gemeenten normaal gesproken zelf doen: netcapaciteit aanvragen. Het idee was praktisch. Als iedere gemeente los moet concurreren om schaarse ruimte op het elektriciteitsnet, ontstaat er een race waarbij sommige plekken sneller zijn dan andere.
Door als provincie gezamenlijk capaciteit te reserveren, wilden ze voorkomen dat woningbouwprojecten elkaar zouden verdringen. Bovendien probeerden ze vooruit te lopen op nieuwe regels die sinds 1 juli gelden en die de manier waarop aanvragen worden behandeld flink hebben veranderd.
Hoe groot die vraag was
De cijfers laten zien hoe serieus de provincies dit aanpakten. Utrecht vroeg 100 megawatt (MW) aan, bedoeld voor ongeveer 60.000 woningen. Zuid-Holland ging nog een stap verder en vroeg 1084 MW om te reserveren voor toekomstige bouwprojecten.
Bij Zuid-Holland was ongeveer de helft van dat vermogen gekoppeld aan de enorme woningbouwopgave tot en met 2032: bijna een kwart miljoen huizen die gebouwd én aangesloten moeten worden. Dat klinkt als een technisch detail, maar zonder aansluiting kun je simpelweg niet wonen.
Waarom netbeheerders ‘nee’ zeiden
Regionale netbeheerder Stedin stelde dat de provinciale aanvraag niet voldeed aan de criteria voor een formele capaciteitsaanvraag. Met andere woorden: het verzoek was te breed, te weinig projectmatig, of sloot niet aan op de manier waarop aanvragen officieel beoordeeld moeten worden.
Daarmee werd de aanvraag niet inhoudelijk als reservering verwerkt. Tegelijkertijd klinkt er bij de netbeheerders geen onwil richting woningbouw. Stedin benadrukte dat het verzoek wel degelijk hielp om het gesprek te voeren: hoe kun je binnen schaarse netruimte tóch zoveel mogelijk bouwprojecten laten doorgaan?
Toch een belangrijke toezegging voor Utrecht
Voor Utrecht kwam er na overleg alsnog een concrete uitkomst. Na gesprekken met staatssecretaris Jo-Annes de Bat en de netbeheerders kreeg de provincie de toezegging dat 35.000 woningen een aansluiting krijgen, mits de bouw daarvan binnen drie jaar start.
Dat is geen detail: het betekent dat een groot deel van de kortetermijnplannen in Utrecht in elk geval niet door stroomgebrek stilvalt. Maar het laat ook zien dat de harde werkelijkheid is dat garanties vooral nog mogelijk zijn wanneer projecten al snel ‘bouwrijp’ zijn.
Nieuwe regels: van voorrang naar wachtlijst
De achtergrond van deze hele kwestie is dat de spelregels sinds 1 juli zijn gewijzigd. Netbeheerders reserveerden eerder ruimte voor woningbouw, maar nu komen ook woningbouwprojecten op een wachtlijst terecht—net als grote bedrijven die veel stroom vragen.
Dat is een grote verandering, omdat woningbouw niet langer automatisch een apart spoor heeft. Het gevolg is dat gemeenten en provincies beter en eerder moeten plannen, maar ook dat zij vaker te maken krijgen met dezelfde filevorming als andere grootverbruikers.
Vanaf 1 oktober: gemeenten mogen eerder reserveren
Er zit wel een ‘uitweg’ in de nieuwe werkwijze. Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober zelf netcapaciteit reserveren voor bouwprojecten die nog niet tot achter de komma zijn uitgewerkt. Dat moet voorkomen dat alleen de meest concrete projecten overleven.
In de praktijk is het een poging om het midden te vinden: je wilt geen luchtkastelen reserveren, maar je wilt ook niet dat plannen stranden omdat ze pas laat op de radar komen. Kortom: eerder aan tafel, maar wel met voldoende onderbouwing.
Zuid-Holland zet in op een actieplan
Voor Zuid-Holland is de druk misschien wel het grootst. Het is de provincie met de grootste woningbouwopgave en dus ook met een enorme vraag naar aansluitingen. Daarom werkt Zuid-Holland aan een ‘Actieplan Netcongestie’ dat in oktober klaar moet zijn.
Dat plan moet stap voor stap ruimte creëren op het net en partijen op de wachtlijst verder helpen. Denk aan slimmer gebruik van bestaande capaciteit, beter spreiden van vraag en mogelijk het versnellen van uitbreidingen—al kost dat laatste vaak jaren door vergunningen en bouwtijd.
Wat dit betekent voor woningzoekers en bouwers
Voor mensen die wachten op een nieuwbouwhuis klinkt ‘netcongestie’ misschien abstract, maar de gevolgen zijn concreet: projecten kunnen worden uitgesteld, fasering kan veranderen en sommige locaties worden tijdelijk minder aantrekkelijk omdat aansluiten lastig is.
Voor bouwers en gemeenten betekent het dat energievoorziening steeds eerder in het proces een hoofdrol speelt. Niet pas bij de oplevering, maar al bij het maken van plannen. En vooral: samenwerken wordt belangrijker, omdat iedereen in dezelfde file staat.
De bredere vraag: hoe houd je Nederland draaiend?
Het verhaal van deze afgewezen aanvragen past in een groter probleem: Nederland verbruikt en produceert steeds meer stroom, onder meer door warmtepompen, laadpalen en verduurzaming van industrie. Het net is daar niet overal op berekend.
En juist omdat woningbouw zo’n maatschappelijke prioriteit is, botst het nu met die fysieke grenzen. De komende jaren zullen provincies, gemeenten, netbeheerders en het Rijk dus vaker in dit soort gesprekken belanden: wie krijgt wanneer welke ruimte?
En nu: doorpraten, bijsturen en keuzes maken
Dat de provinciale aanvraag is afgewezen, betekent niet dat het onderwerp van tafel is. Integendeel: het legt bloot dat de behoefte aan regie groter wordt, en dat de regels nog moeten wennen aan de realiteit van massale bouwambities.
De komende maanden wordt duidelijk of reserveringen vanaf 1 oktober echt lucht geven, en of actieplannen zoals dat van Zuid-Holland het verschil kunnen maken. Wat vind jij: moeten woningen voorrang krijgen op het stroomnet? Laat het weten op onze sociale media.
Bron: dagelijksestandaard.nl












