De plannen van het nieuwe kabinet om de AOW-leeftijd sneller te verhogen, zorgen voor een golf van verontwaardiging. Vakbonden spreken van een historische vergissing die zwaar drukt op het vertrouwen in de politiek. Wat bedoeld was als financiële besparing, dreigt een geloofwaardigheidscrisis te worden.

Coalitie kiest voor snellere stijging
Het nieuwe regeerakkoord van VVD, D66 en CDA bevat een omstreden maatregel: vanaf 2033 stijgt de AOW-leeftijd sneller dan tot nu toe was afgesproken. Daarmee wordt gebroken met een belangrijk onderdeel van het pensioenakkoord uit 2019.
Sinds dat akkoord is de pensioenleeftijd niet meer direct gekoppeld aan de levensverwachting. In plaats van een één-op-één stijging, werd toen de verhouding twee-op-één ingevoerd: bij drie maanden hogere levensverwachting ging de AOW-leeftijd slechts twee maanden omhoog. Die nuance maakte het systeem volgens de bonden “eerlijker en menselijker”.
Met de nieuwe plannen wordt die regel verlaten. De AOW-leeftijd, nu 67 jaar, stijgt in 2028 al naar 67 jaar en drie maanden. Na 2033 gaat de verhoging sneller door, wat het kabinet een structurele besparing van 2,7 miljard euro moet opleveren.

Vakbonden spreken van woordbreuk
Voormalig FNV-onderhandelaar Tuur Elzinga, één van de ontwerpers van het pensioenakkoord, reageert fel. Hij noemt het besluit een “historische fout” die het zorgvuldig opgebouwde evenwicht tussen jong en oud omverwerpt.
“Het was een kwetsbaar bouwwerk, een breekbaar vaasje,” zegt Elzinga in een interview met De Telegraaf. “Mensen zijn er grommend mee akkoord gegaan. Nu de afspraken worden geschonden, zie ik een nieuwe strijd opdoemen over de pensioenleeftijd.”
Volgens Elzinga zetten de coalitiepartijen hun handtekening onder een akkoord dat ze nu bewust ondermijnen. “Drie partijen, die geen meerderheid hebben, zetten een streep door een akkoord waar zij eerder zelf mee instemden,” stelt hij scherp.
Vertrouwen in politiek opnieuw beschadigd
De felle kritiek uit vakbondskringen toont vooral hoe kwetsbaar het vertrouwen in het pensioenbeleid is geworden. In 2019 leek er eindelijk rust te komen na jaren van politieke strijd, stakingen en onzekerheid. Premier Mark Rutte noemde toen de eerdere verhoging zelfs “hysterisch snel”.

Door nu toch weer aan de systematiek te sleutelen, vrezen veel betrokkenen dat het maatschappelijk vertrouwen verder afbrokkelt. Elzinga waarschuwt dat de nieuwe aanpak het draagvlak bij werknemers volledig ondergraaft. “Als mensen het gevoel krijgen dat afspraken niets meer waard zijn, verdwijnt elke steun voor hervorming,” zegt hij.
CDA verdedigt maatregel, maar kritiek blijft
CDA-fractievoorzitter Henri Bontenbal probeert de gemoederen te sussen. Volgens hem blijft de AOW in essentie behouden. “We raken niet aan het fundament van het stelsel,” zei hij bij de presentatie van het coalitieakkoord.
Critici noemen die uitleg misleidend. Volgens hen verandert wel degelijk de kern van het systeem, omdat de automatische koppeling aan levensverwachting terugkeert. Daarmee stijgt de pensioenleeftijd opnieuw sneller dan verwacht, wat vooral lagere inkomens en mensen met zware beroepen raakt.
Oude afspraken op losse schroeven
Ook oud-minister Wouter Koolmees (D66), destijds verantwoordelijk voor het sluiten van het pensioenakkoord, wil inhoudelijk niet reageren. “Ik laat dit over aan het nieuwe kabinet en de nieuwe minister,” liet hij weten. Die neutraliteit valt niet overal in goede aarde. Binnen vakbonden klinkt de roep om heldere politieke verantwoording.

Het overlegmodel dat jarenlang de basis vormde van het Nederlandse pensioenstelsel, lijkt wankel te worden. Voorstanders van het akkoord van 2019 vrezen een domino-effect: als dit compromis sneuvelt, dreigt een nieuwe ronde van polarisatie tussen werkenden en gepensioneerden.
Nieuwe strijd over pensioen in zicht
De aangekondigde koerswijziging heeft het vuurtje onder het pensioenoverleg opnieuw aangewakkerd. Vakbonden bereiden zich voor op stevige onderhandelingen en sluiten acties niet uit. Werknemersorganisaties eisen dat de gemaakte afspraken uit 2019 worden gerespecteerd en waarschuwen voor “een vertrouwensbreuk van historische proporties”.
Of de coalitie bereid is het beleid bij te sturen, is nog onduidelijk. Voorlopig lijkt de regering vastberaden door te zetten, ondanks de groeiende maatschappelijke onrust.
Wie de geschiedenis van het pensioenstelsel kent, weet één ding zeker: als werkenden zich massaal verzetten, kan dit dossier nog jaren lang de Haagse agenda domineren.










