Eind mei is voor veel mensen zo’n moment waarop de bankapp nét iets vaker wordt geopend. Niet omdat er een geheim miljoenenbedrag binnenkomt, maar omdat het vakantiegeld dan meestal wordt uitbetaald. En dat voelt toch altijd een beetje als een extraatje.

Dit jaar valt er overigens best wat te vergelijken. Want hoeveel je er netto van overhoudt, hangt niet alleen af van je salaris, maar ook van hoe de overheid de belastingregels en kortingen heeft afgesteld. En precies daar is in 2026 weer aan gesleuteld.
Wat er dit jaar anders voelt aan het vakantiegeld
Vakantiegeld is in Nederland meestal 8 procent van je bruto jaarloon. Dat klinkt overzichtelijk, maar wat je uiteindelijk op je rekening ziet, is vooral een optelsom van belastingtarieven en heffingskortingen.
Salarisdienstverlener ADP rekende door wat 2026 doet met verschillende inkomensgroepen. Daar komt een duidelijk beeld uit: veel parttimers en mensen met een brutoloon rond de 3.000 euro per maand houden netto juist wat meer over, terwijl hogere inkomens eerder een stapje terug doen.
Lage en middeninkomens zien vaker een plus
Bij de lagere inkomens is het effect het meest zichtbaar. Vooral mensen die niet fulltime werken, merken dat kleine aanpassingen in kortingen en schijven flink kunnen doorwerken in het bedrag dat in mei wordt uitgekeerd.
ADP ziet bijvoorbeeld dat parttimers met een bruto maandloon van ongeveer 1.000 euro in 2026 een opvallend hogere netto-uitkering kunnen hebben: een plus van rond de 221 euro ten opzichte van vorig jaar. Dat is geen kleingeld, zeker niet als je het geld meteen nodig hebt voor vaste lasten of een vakantiepot.
Waarom sommige parttimers nauwelijks verschil merken
Tegelijkertijd pakt het niet voor elke parttimer gunstig uit. Werknemers met een bruto maandloon tussen de 500 en 750 euro zien in 2026 volgens de berekeningen geen extra netto-voordeel vergeleken met vorig jaar.
Dat voelt misschien zuur als je juist in die inkomensgroep elk tientje omdraait. Maar het laat ook zien hoe precies die rekensommen zijn: soms schuif je net niet genoeg op in de belastingkortingen om er echt iets van terug te zien.
De opvallende dip rond 2.000 euro per maand
Een opvallende uitkomst: parttimers met een bruto maandinkomen van 2.000 euro krijgen in 2026 juist iets mínder vakantiegeld dan vorig jaar. Het gaat om een kleine daling, ongeveer 5 euro.
Dat mini-minnetje heeft een duidelijke oorzaak. Volgens ADP bouwt deze groep dit jaar net wat minder arbeidskorting op dan vorig jaar, waardoor het netto-effect bij de jaarlijkse uitbetaling van vakantiegeld net de verkeerde kant op valt.

Reparatie na kritiek op achteruitgang bij parttimers
Vorig jaar kreeg de overheid stevige kritiek, omdat een groep parttimers er netto op achteruitging. Dat is politiek gevoelig: juist mensen met lagere of wisselende inkomens voelen dat direct in hun dagelijkse budget.
Karin Stam, expert wet- en regelgeving bij ADP, legt uit dat er in het Belastingplan voor 2026 een reparatiemaatregel is opgenomen. Het doel: een deel van die achteruitgang voor parttime werknemers weer rechtzetten, zodat meer mensen er per saldo op vooruitgaan.
Wat de overheid precies kan bijstellen
Of jij meer of minder vakantiegeld overhoudt, is dus niet alleen jouw loonstrook. De overheid heeft grofweg drie knoppen om aan te draaien: de belastingtarieven in de schijven, de algemene heffingskorting en de arbeidskorting.
Met kleine verschuivingen in die drie instrumenten kan een kabinet bepaalde groepen ontzien of juist zwaarder belasten. In 2026 lijkt de nadruk te liggen op het versterken van lage en middeninkomens, al pakt dat niet in elke inkomenshoek precies hetzelfde uit.
De drie belastingschijven in 2026 in simpele taal
Nederland werkt met drie belastingschijven voor de inkomstenbelasting. Verdien je op jaarbasis tot en met 38.883 euro, dan valt dat inkomen in 2026 in de eerste schijf met 35,75 procent belasting.
Daarboven geldt tot en met 78.426 euro een tarief van 37,56 procent. Kom je boven 78.426 euro uit, dan betaal je over dat deel het toptarief: 49,5 procent. Dit is precies waarom extra inkomsten, zoals vakantiegeld, soms net een andere uitwerking kunnen hebben.

Algemene heffingskorting: korting die langzaam verdwijnt
De algemene heffingskorting is een korting op de te betalen belasting voor iedereen die inkomstenbelasting betaalt. Hoe hoog die korting is, hangt af van je inkomen. Het maximum ligt dit jaar op 3.115 euro bij een inkomen van 29.736 euro.
Vanaf dat punt wordt de korting stap voor stap afgebouwd. Bij een inkomen vanaf 78.427 euro is de algemene heffingskorting volledig weg. Daardoor merken hogere inkomens vaak minder voordeel, zelfs als de belastingschijven iets worden aangepast.
Arbeidskorting: extra voordeel voor wie werkt
Naast de algemene heffingskorting bestaat de arbeidskorting, speciaal voor mensen die werken. Ook die arbeidskorting verandert met je inkomen. Tot en met een jaarinkomen van 45.593 euro bouw je deze op een bepaalde manier op.
Bij hogere inkomens neemt de arbeidskorting uiteindelijk juist af en stopt deze volledig voor wie 132.921 euro of meer per jaar verdient. Dat is één van de redenen waarom modale en hogere inkomens in sommige jaren minder goed uitkomen bij de netto-eindstand.
Waarom 3.000 euro bruto per maand net gunstiger kan uitvallen
ADP ziet dat werknemers met een brutomaandloon van 3.000 euro in 2026 een klein voordeel kunnen hebben. De reden is technisch, maar goed te volgen: hun inkomen valt nu met het hele bedrag binnen de eerste belastingschijf.
Omdat over dat hele inkomen dan het lagere tarief van 35,75 procent geldt, levert dat netto een klein plusje op bij de uitbetaling van het vakantiegeld. Het is geen jackpot, maar wel een merkbare verschuiving voor veel huishoudens.

De hardnekkige fabel: vakantiegeld zou zwaarder belast zijn
Veel mensen denken nog steeds dat vakantiegeld “extra zwaar” belast wordt. Karin Stam noemt dat een fabel. Het voelt vaak zo, omdat het bedrag in één keer wordt uitbetaald en je dan op je loonstrook een forsere inhouding ziet.
Wat er in werkelijkheid gebeurt, is een correctie. Je krijgt immers in één maand een extra stuk loon. Daardoor moet je werkgever alvast rekening houden met jouw jaarloon inclusief vakantiegeld, zodat je later bij je belastingaangifte niet ineens hoeft bij te betalen.
Waarom er bij uitbetaling een verrekening plaatsvindt
Door het vakantiegeld groeit je jaarloon grofweg met 8 procent. Dat kan invloed hebben op je plek in de belastingschijven en op de hoogte van heffingskortingen zoals de arbeidskorting en algemene heffingskorting.
Bij de uitbetaling wordt daarom een verrekening gedaan: loonbelasting en kortingen worden opnieuw “passend gemaakt” bij het verwachte jaarinkomen. Dat zorgt ervoor dat je belastingdruk over het hele jaar klopt, ook al komt die extra uitbetaling in één klap.
Wat als je vakantiegeld elke maand zou krijgen?
In theorie zou het simpeler voelen als je vakantiegeld maandelijks werd uitgekeerd. Stam zegt ook: als een werkgever elke maand een evenredig deel van het vakantiegeld meebetaalt, is zo’n grote verrekening in mei niet nodig.
De belasting en heffingskortingen worden dan maandelijks berekend op loon inclusief vakantiegeld. Het totale jaarloon blijft hetzelfde, maar de schrik van een hogere inhouding in die ene maand valt weg, omdat alles gelijkmatiger wordt verdeeld.

Breder beeld: meer netto loon in 2026, maar niet voor iedereen evenveel
Los van vakantiegeld geldt in 2026 dat werkenden gemiddeld netto meer salaris overhouden dan vorig jaar. Dat betekent niet dat iedereen het meteen ruim heeft, maar wel dat de trend voor veel groepen positief is.
Toch blijft het verschil tussen inkomensgroepen zichtbaar. Mensen rond modaal of hoger kunnen juist merken dat kortingen minder opleveren of sneller afbouwen. Daardoor kan het netto-effect van vakantiegeld bij hen vlakker zijn of zelfs tegenvallen.
En ondertussen speelt er ook een ander belastingdossier
Naast de discussie over loon, kortingen en vakantiegeld loopt er in Den Haag ook een flinke politieke discussie over box 3: de belasting op spaargeld en beleggingen. De vraag is vooral hoe dit vanaf 2028 moet worden vormgegeven.
RTL sprak eerder met minister van Financiën Eelco Heinen over plannen om die wetgeving aan te passen. Het staat los van je vakantiegeld in mei, maar het laat wel zien hoe groot de invloed van belastingregels is op wat mensen uiteindelijk netto overhouden.
Praat mee: merk jij verschil op je loonstrook?
Voor de één is vakantiegeld vooral een vakantiepot, voor de ander is het een buffer om achterstanden weg te werken of gewoon ademruimte te kopen in een dure maand. Hoe het voor jou uitpakt, hangt sterk af van inkomen en aantal uren.
Ben jij dit jaar positief verrast, of viel je vakantiegeld juist tegen? Laat het weten op onze sociale media: we zijn benieuwd naar jullie ervaringen en tips voor wat je met dat extra bedrag doet.
Bron: rtl.nl


