De Nederlandse schrijfster Frida Vogels is overleden. Pas na een paar zinnen dringt door hoe bijzonder dat eigenlijk is: iemand die decennialang bewust uit het zicht bleef, maar ondertussen een hele lezersgroep stilletjes aan zich bond.
In Bologna, de stad waar ze al sinds de jaren vijftig woonde, is Vogels maandag op 96-jarige leeftijd gestorven. Haar uitgeverij Van Oorschot maakte het nieuws dinsdag bekend.
Een leven op afstand, maar nooit onverschillig
Vogels had de reputatie van iemand die publiciteit liefst uit de weg ging. Van Oorschot noemt haar zelfs “volstrekt publiciteitsschuw”, en dat was niet zomaar een passend label: ze leefde er ook echt naar.
Juist daardoor kreeg haar werk iets eigens. Geen grote optredens, geen talkshows, geen slimme marketingverhalen. Alleen teksten die je als lezer zelf moest binnenkomen, zonder dat de schrijver je alvast vertelde wat je erbij moest voelen.
De harde kern als herkenningspunt
Bij het grotere publiek is Vogels vooral bekend van de boekenreeks De harde kern. Dat is zo’n titel die stoer klinkt, maar in haar handen vooral staat voor scherpe observaties, intieme verhoudingen en het soort psychologische details dat lang blijft hangen.
In 1994 kreeg ze voor het tweede deel, Met zijn drieën, de Libris Literatuur Prijs. Opmerkelijk: ze wilde de prijs destijds niet zelf in ontvangst nemen. Ook dat paste bij haar: er mocht best erkenning zijn, zolang het maar niet om haar als persoon draaide.
Dagboeken die een eigen lezersschare kregen
Vanaf 2005 begon Van Oorschot met het uitgeven van haar dagboeken. Dat bleek geen klein zijproject: uiteindelijk verschenen er elf delen. Voor veel lezers werden die dagboeken een soort parallel oeuvre—persoonlijker, directer, maar nog steeds precies en literair.
Opvallend is dat er in totaal zestien delen gepland of aanwezig waren, maar dat Vogels in 2014 besloot dat er niets meer gepubliceerd zou worden. Daarmee trok ze zelf een duidelijke grens: niet alles hoefde naar buiten, hoe nieuwsgierig het publiek ook kon zijn.
De brug tussen Nederland en Italië
Wie Vogels zegt, zegt ook Italië. Ze woonde er niet alleen; ze werkte er literair mee samen door werk van Italiaanse schrijvers naar het Nederlands te vertalen. Daarbij ging het om grote namen zoals Salvatore Satta, Primo Levi en Cesare Pavese.
Vertalen is vaak onzichtbaar werk, maar het bepaalt wel degelijk welke stemmen in een taalgebied gehoord worden. Vogels heeft, door haar keuzes en haar taalgevoel, mee bepaald hoe Nederlandse lezers deze Italiaanse literatuur konden ervaren.
Een late, autobiografische sluitsteen
In 2024 verscheen nog In den vreemde, een autobiografisch boek. Van Oorschot omschrijft het als een “waardige sluitsteen van haar oeuvre”, en die formulering voelt logisch: het is het soort afronding dat niet schreeuwt, maar rustig op zijn plek valt.
Het is ook een herinnering aan hoe lang haar schrijversleven heeft geduurd, en hoe consequent ze is gebleven in stijl en houding. Geen grote gebaren, wel een scherp oog en een eigen tempo.
Wat blijft na zo’n stille carrière?
Het overlijden van Frida Vogels voelt als het wegvallen van iemand die nooit echt “aanwezig” was in het publieke leven, maar wel degelijk aanwezig bleef in boekenkasten, gesprekken tussen lezers en in het literaire geheugen.
Haar werk zal waarschijnlijk precies zo blijven voortleven als haar persoonlijkheid werd beschreven: zonder drukte, zonder reclame, maar met een harde kern die je niet zomaar vergeet. Wat vind jij van haar werk, of van schrijvers die bewust uit de schijnwerpers blijven? Laat het ons weten op onze sociale media.
Bron: dagelijksestandaard.nl












