In het babyvak van de supermarkt ziet alles er geruststellend uit: zachte kleuren, blije gezichtjes en woorden als ‘puur’ en ‘mild’. Veel ouders pakken zo’n potje of pak pap met het gevoel dat ze automatisch goed zitten. Maar nieuw onderzoek laat zien dat die zekerheid vaker wankel is dan je zou willen.

De uitkomsten komen uit een analyse van denktank Questionmark, uitgevoerd in opdracht van GGD Amsterdam. Het ging om een brede inventarisatie van baby- en kinderproducten die in Nederlandse supermarkten in de schappen liggen. De resultaten zijn nu gepubliceerd en roepen vooral vragen op over suiker, zout en de voedingswaarde van wat we aan jonge kinderen geven.
Wat er precies is onderzocht
Questionmark bekeek vorig jaar verschillende categorieën baby- en kinderproducten, waaronder fruitpotjes, babypap, kindertoetjes en ontbijtgranen voor kinderen. De producten zijn getoetst aan richtlijnen die bepalen of iets als ‘gezond genoeg’ geldt voor jonge kinderen.
Belangrijk daarbij is dat het onderzoek niet zegt dat één hapje meteen schadelijk is. Het punt zit in het totaalplaatje: als veel dagelijkse keuzes telkens net te zoet, te zout of te vet zijn, schuift het gemiddelde voedingspatroon ongemerkt de ongezonde kant op.
Suiker springt er het meest uit
De grootste rode vlag in het onderzoek is suiker. Volgens de onderzoekers is 66 procent van de onderzochte fruitpotjes niet gezond genoeg volgens de richtlijnen. Bij babypap loopt dat aandeel op tot 80 procent, wat daarmee de meest opvallende categorie is.
Daarnaast stellen de onderzoekers dat alle onderzochte kindertoetjes en kinderontbijtgranen te veel toegevoegde suikers bevatten. Dat is wrang, omdat juist dit soort producten vaak worden gekocht als ‘makkelijke’ opties voor drukke ochtenden of snelle tussendoortjes.
Niet elk maaltijdpotje is een volwaardige maaltijd
Een ander punt is dat maaltijdpotjes voor baby’s en jonge kinderen volgens het onderzoek niet altijd voldoende voedingsstoffen bevatten om als volwaardige maaltijd door te gaan. Dat kan betekenen dat de samenstelling niet ideaal is als het potje regelmatig een complete maaltijd vervangt.

Dat is extra relevant omdat veel ouders vertrouwen op de communicatie op verpakkingen: een potje oogt al snel als een complete, uitgebalanceerde keuze. Maar ‘maaltijd’ op het etiket betekent niet automatisch dat het qua ingrediënten en voedingswaarde echt hetzelfde doet als een zelf samengestelde maaltijd.
Een patroon dat al langer zichtbaar is
De onderzoekers plaatsen de resultaten in een bredere ontwikkeling. Ze verwijzen naar een eerder UNICEF-onderzoek uit 2020 waarin vergelijkbare conclusies werden getrokken. Volgens Questionmark en GGD Amsterdam zijn er op onderdelen kleine verbeteringen zichtbaar, maar blijft het totaalbeeld zorgelijk.
Dat soort continuïteit is belangrijk: dit is geen eenmalige uitschieter, maar een terugkerend signaal. En als meerdere onderzoeken over verschillende jaren eenzelfde richting uit wijzen, wordt het lastig om het weg te zetten als pech of toeval.
Waarom de supermarktomgeving zoveel invloed heeft
GGD Amsterdam en Questionmark benadrukken dat de ‘voedselomgeving’ sterk meebepaalt wat kinderen binnenkrijgen. Jong geleerd is oud gedaan: wat je als kind vaak proeft, wordt je norm. Dat beïnvloedt smaakontwikkeling en kan doorwerken tot ver in de volwassen jaren.
Omdat een groot deel van eten en drinken bij gezinnen uit de supermarkt komt, hebben supermarkten volgens de onderzoekers een grote rol. Als het aanbod en de presentatie vooral richting zoet en bewerkt sturen, wordt ongezond eten al snel iets gewoons in plaats van een uitzondering.
Overgewicht blijft een groeiend probleem
De onderzoekers koppelen die normalisering aan een groter gezondheidsvraagstuk. Overgewicht onder kinderen blijft een probleem dat niet wegzakt. In Nederland heeft inmiddels 1 op de 8 kinderen overgewicht, wat het risico op gezondheidsproblemen later in het leven vergroot.

Dat betekent niet dat één product de boosdoener is, maar het onderstreept wel waarom experts zo scherp kijken naar het dagelijkse aanbod. Juist bij jonge kinderen gaat het om gewoontes die zich vormen: wat is ‘normale’ pap, wat is een ‘normaal’ toetje, en hoe zoet hoort iets te smaken?
Gezond kiezen is nog steeds lastig gemaakt
Volgens de onderzoekers ligt een deel van de verantwoordelijkheid ook bij hoe supermarkten hun assortiment en aanbiedingen inrichten. Zij stellen dat bijna 80 procent van het totale supermarktassortiment ongezond is. Bovendien zou een groot deel van de folderaanbiedingen uit ongezonde producten bestaan.
Op dezelfde dag verscheen ook een ander onderzoek waaruit blijkt dat vooral jongere mensen het moeilijk vinden gezonde gewoontes vol te houden. Factoren als motivatie en eenzaamheid spelen daarbij mee. In zo’n context helpt het niet als de makkelijkste keuze in de winkel toevallig ook de minst gezonde is.
Vrijwillige afspraken leveren te weinig op
De afgelopen jaren zijn er verschillende afspraken gemaakt tussen overheid, supermarkten en fabrikanten om het voedselaanbod gezonder te maken. Binnen het Nationaal Preventieakkoord werd bijvoorbeeld beloofd dat supermarkten gezondere keuzes beter zouden stimuleren.
Toch concluderen GGD Amsterdam en Questionmark dat vrijwillige afspraken onvoldoende resultaat opleveren. Daarom pleiten zij voor strengere regels vanuit de overheid en betere handhaving, zodat doelen niet vrijblijvend blijven en de prikkel om écht te veranderen groter wordt.
Waarom dit juist bij kinderproducten wringt
Diena Halbertsma van Gezonde Generatie noemt het zorgelijk dat juist producten voor jonge kinderen vaak ongezond blijken. Veel ouders vertrouwen erop dat baby- en kinderproducten in het schap al een veilige, gezonde keuze zijn. Dit onderzoek laat zien dat dat vertrouwen niet altijd terecht is.
Volgens haar is het confronterend dat marketing en verpakking soms een gezonder beeld oproepen dan de inhoud rechtvaardigt. Zij pleit voor sneller ingrijpen, zodat gezonde voeding niet alleen een advies blijft, maar ook echt toegankelijker en aantrekkelijker wordt in de winkel.
Wat er nu mogelijk gaat veranderen
Er wordt gekeken naar nieuwe afspraken tussen supermarkten en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het aandeel gezonde producten dat daadwerkelijk verkocht wordt. Met duidelijke, meetbare doelen zou het voor supermarkten interessanter worden om gezonde opties prominenter aan te bieden.
Daarnaast leggen de organisaties nadrukkelijk ook een taak bij voedselfabrikanten: baby- en kinderproducten kunnen gezonder worden samengesteld, met minder toegevoegde suikers en een betere voedingsbalans. Voor ouders blijft ondertussen het advies: blijf etiketten lezen en check onafhankelijke richtlijnen.
Wat ouders hiermee kunnen doen
Wie zich afvraagt wat dan wél verstandig is, hoeft het niet alleen uit te zoeken. Het Voedingscentrum is een logisch startpunt voor praktische informatie over babyvoeding, het opbouwen van smaken en het kiezen van producten. Dat kan helpen om reclameclaims beter te kunnen wegen.
Uiteindelijk gaat het niet om perfectie, maar om richting: vaker kiezen voor minder zoet en meer puur, en kritisch blijven op producten die ‘voor kinderen’ bedoeld zijn. Wat vind jij: moeten er strengere regels komen voor baby- en kinderproducten? Laat het ons weten op onze sociale media.
Bron: metronieuws.nl



