Tijdens een uitzending van De Oranjewinter liep een discussie over de positie van oud PVV politici volledig uit de hand. Terwijl je gewend bent aan stevige gesprekken aan de talkshowtafel van Hélène Hendriks, ging het dit keer een stap verder toen Rob Kamphues zei dat hij het “heerlijk” vindt dat er op PVV’ers wordt neergekeken. Zijn opmerking zorgde direct voor spanning met tafelgenoten Victor Vlam, Rutger Castricum en Hélène zelf, die hem stevig van repliek dienden.

Vacature oproep van Fleur Agema als startpunt
Het gesprek begon relatief rustig, bij een bericht van oud PVV minister Fleur Agema. Zij liet op sociale media weten dat ze werk zoekt. Victor Vlam wees erop dat veel oud PVV’ers na hun politieke carrière moeilijk aan een baan komen. Volgens hem speelt er een stigma en worden zij zelfs gediscrimineerd bij sollicitaties. Daarmee zette hij de toon voor een gesprek over politieke kleur, arbeidsmarkt en vooroordelen.
Rob Kamphues: “Dan hoef je ze even niet”
Rob Kamphues wierp tegen dat je niet zomaar van discriminatie kunt spreken. Hij stelde dat bedrijven ook simpelweg kunnen denken aan prestaties in de regering. Volgens hem hebben PVV’ers “heel slecht werk gedaan” toen zij meeregeerden. In dat licht vindt hij het “logisch” dat werkgevers denken: “die hoef ik even niet”. Victor reageerde dat het desondanks om competente mensen gaat. Rutger sloot zich daarbij aan en noemde Fleur Agema expliciet iemand die haar werk goed deed.
“Neerkijken op PVV’ers? Heel goed. Lekker. Heerlijk”
Wanneer Victor zegt dat er op PVV’ers wordt neergekeken, kiest Rob voor de meest provocerende woorden van de avond. “Heel goed. Lekker. Heerlijk,” reageert hij lachend. Voor Victor is dat de grens. Hij noemt het “schandalig” dat iemand zo kan genieten van neerkijken op een grote groep kiezers en politici. Op dat moment verandert de toon aan tafel zichtbaar. Wat begon als een inhoudelijke discussie, wordt ineens een gesprek over minachting en respect.

Hélène Hendriks grijpt in en wordt fel
Presentatrice Hélène, die normaal de rol van rustige gespreksleider bewaakt, mengt zich nu nadrukkelijk in de discussie. “Meen je dat nou serieus? Waarom vind je het fijn dat er neergekeken wordt op PVV’ers?” vraagt ze. Rob probeert zijn woorden te nuanceren door te zeggen dat hij het “fijn” vindt dat er nog “weldenkende mensen” zijn die denken: daar heb ik niks mee. Hélène wijst hem erop dat hij daarmee “heel veel kiezers” wegzet, want “er zijn héél veel mensen die hebben gestemd op PVV”. Volgens haar doe je dan precies wat je anderen vaak verwijt: mensen collectief als dom bestempelen.
Terugkrabbelen en zoeken naar grap
Rutger Castricum merkt op dat “erop neer kijken natuurlijk niet zo lekker is”. Als de spanning oploopt, suggereert hij dat Rob zijn uitspraak als grap kan bestempelen. Hélène zegt lachend dat hij dan “ervan af is”. Rob draait een stukje terug en zegt: “Nee, neerkijken is niet goed, maar je mag wel denken: daar wil ik niks mee te maken hebben.” Hij probeert het verschil te maken tussen neerbuigend doen en persoonlijk afstand houden. Toch blijft in het gesprek hangen dat hij PVV’ers fundamenteel minder ziet dan andere politieke stromingen.
“Meer dan de helft van dat zooitje wil je niet in je bedrijf”
De spanning loopt opnieuw op wanneer Rob zegt dat hij voor Fleur Agema “een uitzondering” wil maken, maar dat je “meer dan de helft van dat zooitje” niet in je bedrijf zou willen hebben. Volgens hem komt dat omdat “ze er een zooitje van hebben gemaakt” in de regering. Victor pakt hem daarop hard aan. Hij verwijt Rob dat hij op hen neerkijkt en ze “niet intelligent” vindt, en dat hij daarom denkt dat ze niets kunnen. Daarmee verschuift het debat van gedrag naar waardigheid en capaciteit van hele groepen mensen.

Discussie over discriminatie en bewijs
Victor stelt dat er “meer dan genoeg bewijs” is dat oud PVV’ers grote moeite hebben om ergens aan de slag te komen. Hij noemt het “schrikbarend” dat Rob volgens hem “niet goed geïnformeerd” is over die realiteit. Rob weigert dat te accepteren en vraagt herhaaldelijk om concrete bewijzen in plaats van algemene uitspraken. Hij zegt dat hij niet houdt van mensen die “smeten met dingen” zonder onderbouwing. Tegelijk schuift hij de ervaring van Victor, die politiek en media volgt als analist, aan de kant.
Eindigen met een zoekopdracht
Wanneer de meningsverschillen muurvast lijken te zitten, probeert Rutger het gesprek af te ronden met een luchtiger noot. “Googel maar even zo,” zegt hij, als uitnodiging aan zowel Rob als de kijker om zelf te zoeken naar voorbeelden en cijfers. Daarmee eindigt de ruzie niet met een verzoening, maar met een open vraag: hoe ver mag je gaan in je oordeel over kiezers en politici, en waar begint echte discriminatie. Voor jou als kijker blijft vooral die ene uitspraak hangen, omdat hij scherp blootlegt hoe fel de tegenstellingen rond de PVV nog altijd zijn.
