In en rond asielzoekerscentra in Noord-Holland liep het de afgelopen maanden meerdere keren uit de hand. Het ging dan niet alleen om harde woorden, maar ook om vechtpartijen en in enkele gevallen zelfs steekincidenten.
Wie denkt dat dit soort spanningen beperkt blijft tot één ‘probleemlocatie’, komt bedrogen uit. Medewerkers en betrokkenen schetsen een beeld van onrust die zich op verschillende plekken kan voordoen, met opvallend vaak minderjarigen in de hoofdrol.
Cijfers laten een scherp verschil zien
Nieuwe cijfers over 2025 maken duidelijk dat minderjarige bewoners van COA-opvanglocaties relatief vaak betrokken zijn bij incidenten. Waar bij volwassenen 11 procent betrokken was bij een incident, ligt dat aandeel onder minderjarigen op 29 procent.
Ook als het gaat om verdenking van een misdrijf springt de groep jongeren eruit. Acht procent van de minderjarigen werd als verdachte geregistreerd, tegenover drie procent van alle bewoners in COA-opvang. Dat verschil roept onvermijdelijk vragen op.
Waarom juist minderjarigen vaker in beeld zijn
Alleenstaande minderjarige vreemdelingen – vaak afgekort tot amv’ers – wonen doorgaans op opvanglocaties waar dag en nacht begeleiding aanwezig is. Die intensievere begeleiding klinkt als een geruststelling, maar is geen garantie dat conflicten uitblijven.
Juist in groepen jongeren kan spanning snel oplopen: door groepsdruk, gekrenkte trots of oud zeer dat van ver wordt meegenomen. Daarbij komt dat veel van deze jongeren zonder ouders of vaste structuur in een nieuwe, onbekende omgeving moeten functioneren.
“Het gebeurt overal”, zegt een medewerker
Een medewerker die op verschillende COA-locaties werkte, zegt dat hij zelden nog echt verrast is als er iets gebeurt. Volgens hem zie je overal hetzelfde spanningsveld: mensen die willen meewerken en vooruit willen, naast bewoners die zich afsluiten.
Die botsing kan klein beginnen – een opmerking, een misverstand – en eindigen in iets groters. En het beeld dat één specifiek azc altijd de schuldige is, klopt volgens hem niet: onrust kan overal ontstaan.
Niet elke locatie heeft evenveel problemen
Tegelijkertijd is het niet zo dat elke opvanglocatie even vaak in het nieuws komt. Bij drie van de elf onderzochte locaties voor minderjarigen bleef het aantal incidenten relatief laag. Dat suggereert dat de situatie niet ‘onvermijdelijk’ is.
Een eenduidige verklaring is er niet. De samenstelling van een groep kan doorslaggevend zijn, net als de komst van nieuwe bewoners, persoonlijke trauma’s, mentale problemen of simpelweg onderlinge verhoudingen die snel op scherp staan.
LEES OOK:‘KNMI komt met angstaanjagende waarschuwing: horror storm op komst in deze regio’
Wachten, stress en onzekerheid zijn verklaringen, geen vrijbrief
Wie langer in de opvang zit, weet dat het leven er vaak draait om wachten: op procedures, op duidelijkheid, op nieuws van thuis. Die onzekerheid kan mensen onrustig, prikkelbaar of wantrouwig maken, zeker bij jongeren die nog moeten leren omgaan met emoties.
Maar hoe begrijpelijk sommige oorzaken ook zijn, het mag nooit een excuus worden voor geweld. Ruzies, vechtpartijen en steekincidenten zijn geen ‘normale onrust’ die erbij hoort. Bescherming krijgen betekent ook grenzen respecteren.
Wat betekent dit voor veiligheid en draagvlak
Als bijna drie op de tien minderjarigen betrokken raakt bij een incident, raakt dat aan een praktisch probleem: veiligheid op de locatie zelf, voor bewoners én medewerkers. Begeleiding kan veel, maar staat machteloos als spanningen structureel blijven terugkomen.
Daarnaast speelt iets anders mee: het publieke draagvlak. Elke melding over geweld in een azc versterkt het gevoel dat opvang uit de hand loopt. Die beeldvorming kan hard gaan, ook richting de grote groep bewoners die juist wél rustig wil blijven.
De lastige balans tussen zorg en duidelijke grenzen
In de praktijk moet opvang twee dingen tegelijk doen: beschermen én begrenzen. Minderjarigen hebben begeleiding nodig, maar moeten ook leren dat geweld consequenties heeft. Dat vraagt om duidelijke regels, snelle opvolging en een veilige omgeving waar escalatie wordt voorkomen.
De kern blijft dat incidenten niet weggewuifd moeten worden, maar ook niet gebruikt mogen worden om iedereen over één kam te scheren. Het blijft mensenwerk, per locatie en per groep. Wat vind jij: hoe moet Nederland hiermee omgaan? Laat het weten via onze sociale media.
Bron: dagelijksestandaard.nl









