Wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgt, let vaak extra scherp op kleine regelingen die nét dat beetje lucht geven. Soms gaat het om een paar tientjes per jaar, maar precies dat soort bedragen kan het verschil maken tussen ‘het redden’ en ‘wéér schuiven met rekeningen’.
In de nieuwe begrotingsplannen staat nu iets dat voor veel mensen relevant kan zijn: de jaarlijkse tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten blijft voorlopig bestaan. Niet voor altijd, maar wél langer dan eerder was aangekondigd.
Uitstel zorgt voor extra jaar ademruimte
Het kabinet wil de jaarlijkse tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten pas vanaf 1 januari 2029 afschaffen. Dat is een jaar later dan het eerdere plan, waarin 2028 als eindpunt werd genoemd. Daardoor blijft ook een betaling in 2028 nog in beeld.
Belangrijk detail: het gaat om het langer laten bestaan van de regeling, niet om een nieuwe verhoging of een extra maandelijkse toeslag. Het nieuws zit dus vooral in de timing van de bezuiniging, niet in een nieuw ‘cadeautje’ of een structurele uitbreiding.
Wat die tegemoetkoming precies is (en wat niet)
De tegemoetkoming is een extra bedrag dat UWV één keer per jaar uitkeert aan een afgebakende groep mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Geen maandelijkse opslag, geen automatische verhoging van je uitkering, maar een losse betaling die meestal in het najaar langskomt.
Voor 2026 noemt UWV een nettobedrag van € 206,28. Dat bedrag staat niet vast voor 2028: de hoogte wordt elk jaar opnieuw vastgesteld. Het uitstel betekent dus niet dat het bedrag omhooggaat, alleen dat de regeling nog een jaar langer doorloopt.
De bezuiniging schuift opnieuw op
In de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) voor 2027 staat dat de beoogde afschaffing wordt doorgeschoven naar 1 januari 2029. Daarmee wijzigt het tijdpad dat eerder bij deze bezuiniging hoorde, en dat is voor ontvangers niet zomaar een detail.
Een jaarlijkse betaling heeft namelijk vaak al een bestemming: openstaande rekeningen, vervoer, een kapotte wasmachine, of gewoon het aanvullen van het potje ‘onvoorzien’. Je hoeft het niet maandelijks te krijgen om het tóch mee te tellen in je huishoudboekje.
LEES OOK:Heb jij dit bedrag op je rekening staan? Dan ziet de bank je als vermogend
Wie komt er nu voor in aanmerking?
UWV werkt met een vaste peildatum. Wie op 1 juli recht heeft op een WIA-, WAO- of WAZ-uitkering én minimaal 35% arbeidsongeschikt is, kan recht hebben op de jaarlijkse tegemoetkoming. Ook mensen met Wajong die op die datum recht hebben, vallen in de doelgroep.
De betaling gaat automatisch; je hoeft dus geen aanvraag te doen. In 2026 wordt de tegemoetkoming volgens UWV eind september uitbetaald, tegelijk met de uitkering. In Mijn UWV kun je een aparte betaalspecificatie terugvinden, zodat je ziet wat precies onder de tegemoetkoming valt.
Geen algemene vergoeding voor ‘iedereen met extra zorgkosten’
Het is begrijpelijk dat mensen bij dit soort nieuws denken: “Maar ik heb ook hoge zorgkosten, krijg ik dit dan ook?” Alleen: deze regeling is niet bedoeld als brede compensatie voor iedereen met een chronische ziekte of extra medische uitgaven.
Of je klachten ook zijn, extra kosten op zichzelf zijn niet genoeg om onder deze landelijke regeling te vallen. De doorslag geeft het type uitkering, de arbeidsongeschiktheidsgraad en de situatie op de peildatum. Dat maakt de regeling duidelijk, maar ook best strikt.
Waarom de regeling al langer onder vuur ligt
De discussie over het schrappen van de tegemoetkoming speelt al langer. In januari 2025 lag er een voorstel om de regeling vanaf 2027 te laten verdwijnen. Daarbij werd de redenering gekoppeld aan een bredere herinrichting van steun, onder meer rond het eigen risico in de zorg.
Een van de argumenten toen: niet alle chronisch zieken ontvangen deze tegemoetkoming, omdat niet iedereen een arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft. Het idee was om ondersteuning ‘anders’ te organiseren. Alleen is de planning uit dat voorstel inmiddels ingehaald door nieuwe keuzes.
De Raad van State zette eerder vraagtekens
Ook de Raad van State keek kritisch naar eerdere plannen. In juni 2025 kwam er een advies waarin werd gewaarschuwd dat het verdwijnen van de tegemoetkoming niet volledig werd gecompenseerd door de toen voorgestelde verlaging van het eigen risico.
De Raad van State vroeg bovendien om een betere uitleg over inkomenseffecten en over wat dit zou doen met de toegankelijkheid van zorg. Dat oordeel ging over het toenmalige pakket. Je kunt die cijfers dus niet één op één gebruiken voor je koopkracht in 2028.
Een jaarbedrag voelt klein, maar kan toch hard aankomen
Een losse jaarlijkse betaling werkt anders dan een paar euro extra per maand. Reken je € 206,28 (zoals in 2026) om naar een maandbedrag, dan kom je op ongeveer € 17,19 per maand uit. Dat is puur rekenkundig; UWV maakt er geen maandelijkse betaling van.
Toch helpt zo’n rekensom om te snappen waarom mensen dit voelen. Stel dat je elke maand twintig euro apart zet voor onverwachte uitgaven: dan is deze tegemoetkoming bijna een heel jaar ‘spaarinleg’. Valt het weg, dan merk je dat echt.
Waarom uitstel niet hetzelfde is als zekerheid
Het uitstel tot 2029 betekent niet dat de regeling nu ‘veilig’ is verklaard. Het kabinet houdt afschaffing nog steeds als voornemen overeind, alleen wordt het moment later gezet. En zoals altijd geldt: wetgeving en politieke besluitvorming kunnen nog schuiven.
Daarnaast kan je persoonlijke recht in de tussentijd veranderen. De situatie op de peildatum is bepalend, en voorwaarden kunnen worden aangescherpt of aangepast. Ook de hoogte van de tegemoetkoming voor 2028 staat nog niet vast, omdat die jaarlijks wordt vastgesteld.
Een nieuwsbericht is geen persoonlijke bevestiging
Voor ontvangers zijn er eigenlijk drie vragen die apart beoordeeld moeten worden. Eén: blijft de regeling bestaan? Twee: val jij in dat jaar onder de voorwaarden? En drie: welk bedrag geldt er dan? Dit begrotingsnieuws gaat vooral over die eerste vraag.
Wie dit jaar géén betaling krijgt, kan uit het uitstel dus niet afleiden dat er alsnog recht ontstaat voor 2026. Andersom maakt een toekomstige afschaffing een betaling van dit jaar niet ongeldig. Handig is om de tegemoetkoming apart te noteren in je administratie.
Wat je nu praktisch kunt doen
Als je de tegemoetkoming eerder hebt gekregen, is het slim om rond september extra goed te kijken in Mijn UWV of de betaling weer klaarstaat, inclusief specificatie. Zo houd je overzicht en voorkom je dat het bedrag ‘verdwijnt’ tussen andere overboekingen.
En als je je budget voor 2028 al aan het plannen bent: reken niet blind op dit geld, maar zet het liever als ‘mogelijke meevaller’ neer. Zo voorkom je dat je straks vaste uitgaven baseert op iets wat politiek gezien nog steeds kan veranderen.
Wat vind jij van dit uitstel: is het een terechte adempauze, of had de regeling juist structureel moeten blijven? Laat het ons weten op onze sociale media.
Bron: dagelijksestandaard.nl











