Wie de afgelopen weken dacht dat de rust aan de pomp langzaam zou terugkeren, komt bedrogen uit. Het gevoel dat elke rit nét iets duurder wordt, sluipt er weer in. En dat merk je niet alleen op je bankrekening, maar ook in het gemopper bij het tankstation.
Tegelijk is het beeld in Europa opvallend ongelijk. Sommige landen lijken de pijn beter te dempen dan andere. Daardoor kijken Nederlandse automobilisten steeds vaker over de grens, al is die ‘ontsnappingsroute’ lang niet overal meer zo aantrekkelijk als eerder.

Benzine en diesel op weg naar (bijna) recordniveau
De adviesprijs voor Euro95 kan vandaag (23 juli) oplopen tot rond de 2,62 euro per liter. Dat zit dicht tegen het eerdere piekmoment aan: in mei lag de adviesprijs nog net iets hoger, rond de 2,64 euro.
Ook diesel blijft stevig geprijsd, met bedragen rond de 2,60 euro per liter. Daarnaast lopen Super en LPG mee in de beweging: Super komt uit op ongeveer 2,82 euro, terwijl LPG rond de 1,25 euro per liter ligt.
Waarom het in Spanje wél goedkoper voelt
Op één plek voelen die bedragen bijna als sciencefiction: Spanje. Daar is tanken volgens kenners nog relatief goed te doen, omdat benzine en diesel er grofweg rond een euro per liter goedkoper kunnen uitvallen dan in Nederland.
Dat prijsverschil trekt al langer aandacht, zeker nu tanktoerisme voor veel Nederlanders bijna een vaste routine is geworden. Wie slim plant, kan daar soms serieus voordeel uit halen—maar de vraag is hoe lang dat blijft.
Tanktoerisme staat onder druk in België en Duitsland
Dichter bij huis wordt het voordeel kleiner. België en Duitsland waren maandenlang populaire ‘uitwijklanden’, maar ook daar zijn de prijzen de laatste tijd minder feestelijk geworden. Het verschil met Nederland voelt voor veel mensen simpelweg minder overtuigend.
Autojournalist Coen Grutters (Autovisie) vatte het in een tv-item kernachtig samen: het is al een tijd pijnlijk aan de pomp. Het gevolg: minder ‘goedkope uitweg’, meer frustratie bij elke tankbeurt.
Boze reacties bij de pomp: ‘Zonder vaseline’
Wie even blijft staan bij een tankstation, hoort de irritatie vanzelf. In een reportage over het onderwerp klonken reacties van automobilisten die vooral het gevoel hebben dat ze telkens opnieuw moeten slikken, zonder dat ze er iets aan kunnen doen.
Eén uitspraak bleef hangen omdat hij het sentiment zo rauw samenvatte: iemand grapte lachend dat hij “letterlijk genaaid wordt, en zonder vaseline ook nog”. Humor als beschermlaag, maar de boodschap is duidelijk.

Energiedeskundige: er is genoeg benzine, toch stijgt de prijs
Energiedeskundige Remco de Boer benadrukte in Nieuws van de Dag dat er op zichzelf voldoende benzine beschikbaar is. Het probleem zit volgens hem dus niet in lege tanks bij leveranciers, maar in geopolitieke spanning en marktonrust.
De oorlog in het Midden-Oosten weegt zwaar mee in die onrust. De Boer wees erop dat het wegvallen van het akkoord tussen de Verenigde Staten en Iran extra onzekerheid veroorzaakt, met diesel als een van de grootste zorgen.
Het dieselverhaal: nóg gevoeliger en kwetsbaarder
Diesel wordt vaker genoemd als zorgenkind, omdat de markt daarvoor op meerdere plekken krap kan reageren: het wordt veel gebruikt in transport en logistiek, en verstoringen werken sneller door in prijzen in de hele keten.
Dat merk je uiteindelijk niet alleen bij pompprijzen. Als diesel duur blijft, kan dat ook gevolgen hebben voor de prijs van producten die per vrachtwagen worden vervoerd. De pomp is dan slechts het meest zichtbare pijnpunt.
Extra risico: Houthi’s en een mogelijke blokkade op zee
Volgens De Boer is er nog een scenario dat automobilisten extra pijn kan bezorgen: de vrees dat de Houthi’s zich actiever in het conflict mengen. Daarbij gaat het vooral om de dreiging rond belangrijke zeeroutes.
Zijn waarschuwing is duidelijk: als een strategische zeestraat daadwerkelijk wordt afgesloten, kan de aanvoer verder onder druk komen te staan. En in zulke situaties reageren prijzen doorgaans snel, scherp en zelden in het voordeel van de consument.
Raffinaderijen verhogen marges: ‘Daar gaat je bloed van koken’
Naast geopolitiek speelt ook iets anders mee: de marges van olieraffinaderijen. Coen Grutters wees erop dat raffinaderijen de afgelopen maand(en) fors lijken te verdienen, wat de druk op de uiteindelijke literprijs vergroot.
In het tv-item werd zelfs een overzicht van winsten erbij gehaald—miljardenbedragen—wat bij kijkers en automobilisten al snel tot irritatie leidt. Want als de keten winstgevender wordt, voelt de rekening aan de pomp extra wrang.

Wat kun je als automobilist nu eigenlijk doen?
Helemaal ontsnappen aan deze prijsbeweging is lastig, maar je kunt wel slimmer tanken. Denk aan goedkopere onbemande stations, tanken buiten de snelweg en prijzen vergelijken via apps. Kleine verschillen tellen op over een maand.
En als je toch de grens over gaat: reken vooraf of het echt loont, zeker als je omrijdt. Brandstof besparen kan ook door rustiger te rijden, bandenspanning op peil te houden en overbodige ritten te bundelen in één route.
Hoe nu verder: blijft dit, of zakt het weer weg?
De richting hangt sterk af van hoe het conflict zich ontwikkelt en hoe markten de risico’s inschatten. Soms zit een deel van de prijsstijging ook in ‘angst’ in de markt, en die kan net zo snel afnemen als ontstaan.
Maar zolang de onzekerheid blijft en raffinagemarges hoog blijven, is het niet vreemd dat de pompprijs nauwelijks ademruimte krijgt. Wat denk jij: is dit nog te volgen, of is het tijd voor structurele maatregelen? Laat het weten via onze social media.
Bron: metronieuws.nl












