In televisieland is het snel: vandaag ben je ‘de ontdekking van het seizoen’, morgen staat er alweer iemand anders klaar. Toch zijn er presentatoren die blijven hangen, omdat ze iets hebben wat je niet kunt aanleren: timing, présence en een soort vanzelfsprekend gezag op camera.
Die vraag – wie van de huidige generatie groeit uit tot de echte namen die later met hoofdletters worden genoemd – duikt regelmatig op in interviews. En deze keer komt het antwoord van iemand die het klappen van de mediazweep al decennia kent: Omroep MAX-baas Jan Slagter.
Een legende word je niet zomaar
In Hilversum wordt het woord ‘legende’ graag rondgestrooid, maar in werkelijkheid is die status voor maar weinig mensen weggelegd. Het gaat niet alleen om kijkcijfers, maar om jarenlang vertrouwen opbouwen en keer op keer leveren, ongeacht format of zender.
Slagter weet dat als geen ander, want bij MAX werkt iemand die volgens veel kijkers al lang in die categorie valt: André van Duin. Een tv-persoonlijkheid die generaties met elkaar verbindt en bij wie het publiek het gevoel heeft: die mag blijven.
De vraag die iedereen stiekem bezighoudt
In een interview werd Slagter voorgelegd welke presentatoren van nu volgens hem kunnen doorgroeien richting zo’n ‘eeuwige’ status. Niet de hype van één seizoen, maar de naam die je over tien of twintig jaar nog steeds moeiteloos op een affiche zet.
En dan wordt het interessant, want Slagter kijkt nadrukkelijk niet alleen naar zijn eigen omroep. Hij wijst ook naar commerciële televisie, waar vaak sneller wordt geschakeld en waar succes soms net zo grillig kan zijn als het kijkgedrag.
Eerst binnen de eigen gelederen
Slagter begint dichtbij huis met een presentator die volgens hem een duidelijke groei heeft doorgemaakt: Carrie ten Napel. Hij ziet in haar een talent dat zich stap voor stap heeft ontwikkeld en steeds overtuigender voor de camera staat.
Daarnaast noemt hij Sybrand Niessen, die al langer meedraait. Slagter prijst vooral zijn kwaliteiten als presentator: stabiel, duidelijk en betrouwbaar. Geen fratsen, maar gewoon goed vakwerk – en dat wordt in tv-land nog weleens onderschat.
Waarom ritme en volhouden zo zwaar zijn
Een opvallend detail in Slagters verhaal is dat hij het niet alleen over ‘talent’ heeft, maar ook over uithoudingsvermogen. Vier dagen per week een programma dragen, met energie en focus, vraagt meer dan veel mensen denken.
Je moet scherp blijven, schakelen tussen onderwerpen en gasten, en tegelijk ontspannen ogen. Slagter noemt het niet voor niets een ‘hell of a job’. Op papier lijkt het glamour, maar in de praktijk is het vooral topsport.
De blik naar SBS6: Hélène Hendriks
Daarna gaat de aandacht naar twee vrouwen van SBS6. Over Hélène Hendriks is Slagter duidelijk: hij vindt haar sterk, veelzijdig en iemand die ‘van veel markten thuis is’. En juist die breedte kan een presentator ver brengen.
Hendriks beweegt zich relatief soepel tussen sport, actualiteit en entertainment. Dat maakt haar inzetbaar op meerdere avonden en formats, en precies dat is vaak het verschil tussen een leuke presentator en een echte tv-waarde.
Noa Vahle: jong, maar opvallend zeker
Ook Noa Vahle krijgt een compliment. Slagter noemt vooral de manier waarop ze over sport praat: deskundig en overtuigend. Dat is knap, want sportjournalistiek is een wereld waar kijkers snel doorhebben of iemand echt weet waar het over gaat.
Vahle heeft bovendien een rustige, heldere manier van vertellen, zonder dat het ingestudeerd voelt. En zonder meteen het grootste podium op te eisen. Dat soort natuurlijke groei kan op de lange termijn juist voor een stevige band met het publiek zorgen.
De vergelijking met haar moeder en de link naar John de Mol
Slagter merkt op dat Noa in zijn ogen veel lijkt op haar moeder. Daarmee komt hij automatisch uit bij een bredere context: de rol van ‘televisiefamilies’ en mediaconnecties in Nederland, waar namen soms generaties lang mee blijven lopen.
Vervolgens noemt hij John de Mol als voorbeeld, niet zozeer vanwege familiebanden, maar vanwege zijn status als pionier. Slagter benadrukt dat De Mol (net als ‘Joop’) hoog staat aangeschreven in de televisiewereld, als bouwer en vernieuwer.
Wat maakt iemand een Triple A-ster?
De grote vraag blijft natuurlijk: wanneer word je een ‘Triple A-ster’? Dat is meer dan alleen goed presenteren. Het gaat om herkenbaarheid, vertrouwen en de kunst om met verschillende doelgroepen mee te bewegen zonder jezelf kwijt te raken.
Voor sommigen zit dat in humor, voor anderen in autoriteit of warmte. Bij Hendriks lijkt het vooral de combinatie van nuchterheid en scherpte. Bij Vahle lijkt het de belofte van iemand die nog lang niet ‘klaar’ is, maar wel stevig begint.
De discussie: onderschat of overschat?
Zoals altijd roept zo’n uitspraak ook discussie op. Want waar de één Hendriks ziet als een vaste waarde in wording, zegt de ander: ze is goed, zeker, maar misschien wordt ze ook een beetje te snel naar voren geschoven als de grote nieuwe naam.
En dat is precies waarom dit soort gesprekken zo boeiend zijn: tv-succes is deels kwaliteit, deels timing en deels smaak. De kijker beslist uiteindelijk, maar ook zenders, formats en momenten spelen een onzichtbare hoofdrol.
En nu is het aan de kijker
Of Hélène Hendriks daadwerkelijk uitgroeit tot een tv-legende, valt niet in één seizoen te bewijzen. Pas na jaren zie je wie blijft staan, wie blijft vernieuwen en wie in het collectieve geheugen terechtkomt.
Wat denk jij: wordt Hendriks een echte Triple A-ster, of wordt ze toch wat overschat? Laat het vooral weten, en praat mee onder onze posts op social media – daar is deze tv-discussie meestal het levendigst.
Bron: mediacourant.nl










