Bedrijven die te maken hebben met economische verliezen als gevolg van de aanhoudend lage waterstanden in Nederland hoeven geen tegemoetkoming van de overheid te verwachten. Minister Karremans van Infrastructuur en Waterstaat liet vandaag tijdens een werkbezoek in de regio Nijmegen weten dat het kabinet geen aanleiding ziet om te compenseren. Volgens de minister is er geen sprake van een natuurramp en rekent hij het huidige watertekort tot het normale ondernemersrisico.

Werkbezoek van de minister en zicht op de situatie
Minister Karremans bracht vandaag een bezoek aan Nijmegen, waar hij in gesprek ging met diverse ondernemers die direct worden geraakt door de uitzonderlijk lage waterstanden. Tijdens zijn bezoek stapte hij tevens aan boord van een peilboot die de waterstand op de Waal in de gaten houdt. Het beeld dat hij daar aantrof was illustratief: op verschillende plekken is het water zo laag dat men letterlijk in de rivier kan staan zonder kopje onder te gaan. Deze situatie onderstreept de ernst van het tekort en de directe gevolgen voor de regio.
Grote gevolgen voor de binnenvaart en logistiek
De aanhoudende droogte zorgt ervoor dat binnenvaartschepen ernstig belemmerd worden in hun werkzaamheden. Door het lage waterpeil kunnen schepen soms helemaal niet uitvaren of zijn ze genoodzaakt met een sterk gereduceerde vracht te varen om te voorkomen dat ze vastlopen. Dit heeft als gevolg dat veel sluizen in het land inmiddels zijn gesloten. Een van de belangrijkste logistieke routes, het Twentekanaal, is daardoor niet langer bereikbaar voor de scheepvaart, wat de economische impact nog verder vergroot.
Schade loopt in de tientallen tot honderden miljoenen euro’s
Tijdens zijn gesprek met ondernemers gaf minister Karremans aan dat de economische schade voor bedrijven aanzienlijk is. Hij schat dat de verliezen voor het bedrijfsleven “in de tientallen, zo niet honderden miljoenen euro’s” kunnen lopen. De minister toonde begrip voor het feit dat ondernemers en brancheorganisaties hun blik op het kabinet richten in de hoop op financiële compensatie, maar maakte duidelijk dat daar geen sprake van zal zijn.

“Er zijn regelingen als er sprake is van een natuurramp, zoals de wateroverlast in Limburg in 2021. Maar daar zijn we nu nog niet. We hebben het geld ook niet op de rekening staan”, verklaarde de VVD-bewindsman. “Ook wij kunnen er niets aan doen dat het niet regent.” Hiermee benadrukte hij dat het kabinet niet kan ingrijpen in de natuur en dat de huidige omstandigheden, hoe nijpend ook, nog niet de status van crisis hebben bereikt die nodig zou zijn voor overheidsmaatregelen.
Van watertekort naar mogelijk crisis
Minister Karremans beschreef de huidige situatie als een feitelijk watertekort, waarbij de droogte merkbaar is in diverse sectoren. “Er is sprake van een feitelijk watertekort, maar het is nog geen crisis”, zo lichtte hij toe. Volgens hem zou pas van een crisis gesproken kunnen worden als de droogte nog enkele weken aanhoudt en bijvoorbeeld ook de levering van drinkwater in gevaar komt. Zolang het zover niet is, blijft de overheid bij haar huidige beleid en wordt er geen extra steun verleend aan getroffen ondernemers.
Overheid focust op verdeling van zoetwater
De overheid richt haar inspanningen momenteel vooral op het zo efficiënt mogelijk verdelen van het beschikbare zoetwater over het land. Hierbij worden duidelijke prioriteiten gesteld: de veiligheid van de dijken en de garantie van voldoende drinkwater staan bovenaan de ranglijst. Andere economische activiteiten, zoals de binnenvaart en de tuinbouw, krijgen een lagere plek in deze rangorde. Dit betekent dat bedrijven die afhankelijk zijn van voldoende water voorlopig hun activiteiten moeten aanpassen aan de schaarste, zonder directe hulp van de overheid.

Meest gelezen:Er gebeurt iets opvallends met de brandstofprijzen en veel mensen merken het meteen
Huidige omgang met water onder druk en vooruitblik op maatregelen
Minister Karremans gaf tijdens zijn bezoek aan dat de huidige manier waarop Nederland omgaat met water niet langer houdbaar is in het licht van toenemende periodes van droogte. In het voorjaar wordt er al extra water opgeslagen in onder andere het IJsselmeer en het Volkerak-Zoommeer om zo reserves op te bouwen. Toch erkent de minister dat deze maatregelen op de lange termijn niet voldoende zullen zijn om toekomstige tekorten het hoofd te bieden.
“Daarom werken we aan het zogeheten Deltaprogramma Zoetwater”, aldus Karremans. Dit programma moet structurele oplossingen bieden voor de verdeling en opslag van zoetwater, zodat Nederland beter voorbereid is op droge periodes. De minister geeft aan dat er in het komende najaar belangrijke knopen zullen worden doorgehakt om ervoor te zorgen “dat we voldoende ‘regentonnen’ hebben” wanneer de droogte opnieuw toeslaat.
Ingrijpende keuzes en gevolgen voor ruimtegebruik
Volgens de minister zullen de maatregelen die het kabinet overweegt waarschijnlijk ingrijpende consequenties hebben. Zo zal er mogelijk schaarse grond opgeofferd moeten worden voor de aanleg van extra wateropslag, wat gevolgen kan hebben voor landbouw, natuur en ruimtelijke ordening. Karremans benadrukt dat het noodzakelijk is om dergelijke keuzes te maken om in de toekomst beter bestand te zijn tegen langdurige droogteperiodes en de daarmee samenhangende watertekorten.










