Ieder jaar rijst opnieuw de vraag: moeten de klokken nu vooruit of achteruit? De overgang naar de wintertijd staat weer voor de deur en brengt een wijziging in het dagelijks ritme met zich mee. Hoewel het slechts om een uur verschil gaat, merken veel mensen dat deze aanpassing toch effect kan hebben.

Wanneer gaat de wintertijd in?
De wintertijd begint traditioneel op de laatste zondag van oktober. In 2026 vindt deze overgang plaats in de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober. Op dat moment wordt om stipt 03.00 uur de klok een uur teruggezet naar 02.00 uur.
Dit levert officieel een extra uur op in die nacht. Voor velen betekent dit de kans om langer te slapen, want de meeste mensen ondervinden weinig hinder van deze wijziging omdat deze ’s nachts gebeurt.
Voor wie geen wekker hoeft te zetten of verplichtingen heeft op zondagochtend, biedt deze nacht een extra moment van rust. Moderne apparaten zoals smartphones, tablets, computers, slimme horloges en sommige televisies passen de tijd automatisch aan.
Toch zijn er nog altijd apparaten zoals ovens, magnetrons, traditionele wekkers of een oudere autoklok die handmatig versteld moeten worden.
Meer licht in de ochtend, vroeger donker in de middag
Door het terugzetten van de klok wordt het in de ochtend tijdelijk eerder licht. Voor mensen die vroeg de deur uitgaan naar werk of school is dit prettig. Aan het einde van de middag zal het echter volgens de klok een uur eerder donker zijn.
Naarmate november en december aanbreken, worden de dagen steeds korter en is het vaak alsnog donker bij het opstaan of thuiskomen. Het verzetten van de klok voorkomt deze donkere maanden niet, maar zorgt er wel voor dat het daglicht efficiënter over de dag verspreid wordt.
Ezelsbruggetjes om de juiste richting te onthouden
Om verwarring over de juiste richting van de klok te voorkomen, bestaan er verschillende geheugensteuntjes. Een van de bekendste is dat de klok in het voorjaar vooruit gezet wordt. Wie deze regel onthoudt, weet automatisch dat de klok in het najaar een uur teruggezet wordt.
Een populaire Engelse uitspraak luidt: ‘Spring forward, fall backward’, waarbij ‘spring’ staat voor de lente en ‘fall’ voor de herfst. ‘Forward’ betekent vooruit, ‘backward’ achteruit. Dit maakt duidelijk dat de klok in het voorjaar vooruit gaat en in het najaar achteruit.
Daarnaast helpt de associatie tussen wintertijd en ‘winnen’: bij de overgang naar wintertijd ‘win’ je een uur, omdat de nacht een uur langer duurt. Voor uitslapers is dit vaak het grootste voordeel van de tijdswisseling.
Ook simpele visuele trucjes helpen: in het najaar gaat het weer vaak achteruit—net als de klok. In het voorjaar gebeurt het omgekeerde. Sommigen koppelen het zelfs aan kleding: korte broeken bij korte nachten (zomertijd), lange broeken bij lange nachten (wintertijd).
De invloed van de wisseling op het lichaam
Hoewel een uur weinig lijkt, kan het lichaam duidelijk reageren op de tijdsverandering. Het slaapritme wordt aangestuurd door een interne biologische klok, die zich aanpast aan licht en vaste routines. Wanneer de officiële tijd plots verandert, loopt het interne ritme niet direct synchroon.
Dit kan leiden tot vermoeidheid op ongebruikelijke momenten, moeite met wakker worden of juist problemen met inslapen in de avond. Vooral mensen met een strak dagelijks schema merken het verschil. Wie gewend is om rond hetzelfde tijdstip naar bed te gaan, kan last hebben van een verstoorde routine.
Gelukkig past het lichaam zich meestal binnen enkele dagen aan de nieuwe tijd aan. Slaapexperts vergelijken het effect wel eens met een lichte jetlag: het lichaam verplaatst zich niet, maar de dagindeling verschuift wel.
Voorbereiden op de tijdswisseling
Er zijn verschillende manieren om het lichaam te helpen wennen aan de nieuwe tijd. Voldoende blootstelling aan daglicht, vooral in de ochtend, is belangrijk. Licht helpt de biologische klok zich aan te passen en zorgt ervoor dat mensen zich overdag wakker en energiek voelen.
Een korte wandeling in de ochtend kan al een positief effect hebben.
Voor mensen die jaarlijks veel last ervaren van de overgang, kan het helpen om enkele dagen voor de wisseling te beginnen met het aanpassen van het slaap- en wekmoment. Door bijvoorbeeld elke dag vijftien minuten eerder of later naar bed te gaan, hoeft het lichaam niet ineens een heel uur te overbruggen.
Na de klokwisseling is het verstandig om een vast ritme aan te houden: op dezelfde tijden naar bed gaan en opstaan, ook in het weekend, ondersteunt het slaappatroon.
Daarnaast is het goed om ’s avonds rust te nemen. Fel licht en lang schermgebruik kunnen het inslapen verstoren. Het helpt om de telefoon eerder weg te leggen en het laatste uur voor het slapengaan een rustige activiteit te doen.
Ook cafeïne speelt een rol; koffie, energiedrankjes en cola kunnen het moeilijker maken om in slaap te vallen, vooral later op de dag. Wie daar gevoelig voor is, doet er goed aan deze dranken in de middag te vermijden.
Een donkere, rustige en koele slaapkamer draagt bij aan een betere nachtrust. Een vaste avondroutine geeft het lichaam het signaal dat het tijd is om te gaan slapen.
Aanpassing en tips voor de donkere maanden
Na een paar dagen zijn de meeste mensen gewend aan de nieuwe tijd. De dagelijkse activiteiten, maaltijden en slaaptijden voelen dan weer normaal aan. Toch kunnen de kortere en vaak donkere dagen in de winter invloed blijven hebben op het energieniveau.
Vooral een gebrek aan daglicht kan leiden tot vermoeidheid. Het is daarom verstandig om overdag zo veel mogelijk naar buiten te gaan, zelfs als het bewolkt is. Buiten is het licht veel sterker dan binnen, waardoor een lunchwandeling of frisse neus halen kan bijdragen aan een beter humeur en meer energie.
Voldoende beweging helpt bovendien om ’s avonds makkelijker tot rust te komen.
Bij slaapproblemen grijpen sommige mensen naar melatonine of magnesium. Deze supplementen zijn echter niet voor iedereen geschikt en worden niet automatisch aanbevolen bij de overgang naar wintertijd. Blijven slaapproblemen aanhouden, dan is het verstandig om een arts of apotheker om persoonlijk advies te vragen.
Wintertijd tot aan de lente
De wintertijd blijft gelden tot de laatste zondag van maart. Dan start de zomertijd en wordt de klok weer een uur vooruitgezet, waardoor een uur verloren gaat. Tot die tijd is het goed om te onthouden: in het voorjaar gaat de klok vooruit, in het najaar achteruit.
In de nacht van 24 op 25 oktober krijgen we dus een uur extra. Met de juiste voorbereiding kan de biologische klok zich soepel aanpassen en blijft het energieniveau op peil.












