Voor veel beleggers is het aankomende jaar een belangrijk moment om goed in de gaten te houden. Sinds het kabinet plannen heeft aangekondigd om het belastingstelsel rond beleggingen in box 3 te wijzigen, groeit de nieuwsgierigheid naar wat dat straks betekent voor spaarders en investeerders.

Wat verandert er precies in de manier waarop de fiscus naar aandelen en ETF’s kijkt, en wat kan men nu alvast doen om goed voorbereid te zijn?
De afgelopen jaren was het belastingregime rondom vermogen en beleggingen onderwerp van discussie. Veel particulieren vroegen zich af of het systeem wel eerlijk genoeg was, vooral omdat de belasting over een fictief rendement werd berekend, in plaats van de daadwerkelijke winst.
Met het nieuwe voorstel wil de overheid inspelen op deze kritiek, maar de veranderingen roepen ook nieuwe vragen op. Niet iedere belegger zal er op vooruitgaan, en de details maken soms een wereld van verschil.
Koerswinst vanaf 2028 belast bij verkoop
Volgens het nieuwe voorstel van het kabinet wordt de manier waarop de Belastingdienst de winst op aandelen en ETF’s berekent in box 3 vanaf 2028 aangepast.
In plaats van ieder jaar een fictief rendement te belasten, kijkt de fiscus straks naar de daadwerkelijke koerswinst – en die wordt pas belast op het moment dat de belegger ook daadwerkelijk verkoopt.
Dit heeft tot gevolg dat beleggers niet langer elk jaar belasting betalen over een geschat rendement, maar pas op het moment dat zij hun beleggingen van de hand doen. Ook eventuele verliezen worden pas erkend wanneer een effect daadwerkelijk wordt verkocht.
LEES OOK:Pas op voor 1 januari, anders moet u straks honderden euro’s zorgtoeslag terugbetalen
Dit kan voordelig zijn voor wie lang vasthoudt aan zijn beleggingen, maar zorgt er ook voor dat belastingheffing uitgesteld wordt tot het verkoopmoment.
De waarde op 1 januari 2028 wordt uitgangspunt
Een belangrijk detail binnen het voorstel is het vaststellen van de aankoopprijs. Voor bestaande beleggingen geldt dat de waarde op 1 januari 2028 het nieuwe uitgangspunt wordt.
Dit betekent dat het niet uitmaakt voor hoeveel een aandeel of ETF in het verleden is aangekocht; vanaf het nieuwe systeem wordt die beginwaarde als referentie gebruikt bij het berekenen van de belastbare winst bij verkoop.
Voor beleggingen die na deze datum worden aangekocht, telt vanzelfsprekend de daadwerkelijke aankoopprijs. Dit vraagt om een zorgvuldige administratie, zodat in de toekomst duidelijk is welke waarde als basis dient bij het bepalen van het rendement.
Bijkopen betekent een gemiddelde aankoopprijs
Het voorstel houdt ook rekening met situaties waarin een belegger op meerdere momenten stukken bijkoopt. In dat geval wordt er gewerkt met een gemiddelde aankoopprijs. Iedere bijkoop telt dus mee; de totale investering wordt gedeeld door het aantal gekochte stukken, zodat bij verkoop de winst per aandeel of ETF correct kan worden vastgesteld.
Beleggers doen er vanaf 2028 goed aan deze gegevens zorgvuldig te bewaren, of na te gaan of hun bank of broker deze administratie bijhoudt.
Dividend jaarlijks belast, herbelegging telt pas bij verkoop
Er is verder onderscheid tussen direct uitgekeerd dividend en het herbeleggen daarvan. Dividend dat jaarlijks wordt uitgekeerd aan beleggers, wordt direct belast in het betreffende jaar. Wanneer dividend echter automatisch wordt herbelegd en niet wordt uitgekeerd, geldt dat het pas bij verkoop van de beleggingen wordt meegenomen in de fiscale afrekening.
Het verschil tussen een uitkerend fonds en een herbeleggend fonds wordt hiermee groter. Wie bijvoorbeeld €100.000 in een uitkerend fonds heeft en jaarlijks €2.000 dividend ontvangt, betaalt direct belasting over het deel boven het heffingsvrije resultaat.
Stel dat het heffingsvrije rendement €1.800 bedraagt, dan is €200 belastbaar en betaalt men daarover €72 belasting (bij het huidige tarief). Mocht het heffingsvrij rendement slechts €1.000 zijn, dan is €1.000 belastbaar en betaalt de belegger €360 belasting.
In een herbeleggend fonds, waar geen dividend wordt uitgekeerd, wordt er in dat jaar geen bedrag belast zolang er niet wordt verkocht of ander rendement ontstaat.
Verliezen tellen pas na verkoop
Ook verliezen spelen een rol in het nieuwe systeem. Net als bij winsten geldt dat een verlies pas fiscaal erkend wordt op het moment van verkoop. Tot die tijd telt een papieren verlies niet mee voor de belasting.
Dit kan gunstig zijn als de belegging zich herstelt, maar nadelig wanneer men vroegtijdig moet verkopen en het verlies definitief wordt.
Wat valt buiten de nieuwe regels?
Niet alle soorten vermogen vallen direct onder de nieuwe regels. Er zijn nog vermogensbestanddelen die (vooralsnog) buiten beschouwing blijven in het voorstel. De exacte details hierover zijn nog niet volledig vastgelegd, omdat het voorstel nog in behandeling is en er wijzigingen kunnen worden aangebracht voordat het definitief wordt.
Voorbereiden op de wijzigingen
Beleggers worden aangeraden hun administratie goed bij te houden richting 2028. Het is verstandig om de aankoopbedragen van beleggingen zorgvuldig te bewaren en te controleren of de bank of broker deze informatie ook voor de klant bijhoudt.
Het vastleggen van de waarde van de beleggingen op 1 januari 2028 is daarnaast essentieel, omdat deze waarde het uitgangspunt zal vormen bij de nieuwe belastingberekening.
Bovendien is het belangrijk om te beseffen dat de voorgenomen bedragen en regels op dit moment nog kunnen veranderen. De Tweede Kamer ontvangt uiterlijk op 2 november de novelle en de uitvoeringstoets. Daarna zal er gestemd worden in beide Kamers.
Tot die tijd kunnen de plannen worden aangepast, waardoor het verstandig is om de ontwikkelingen goed te volgen.










