Wie de afgelopen tijd door Overijssel rijdt, merkt het misschien niet direct, maar onder het asfalt begint de leeftijd van veel provinciale wegen en bruggen mee te tellen. En precies daar wringt het: de provincie ziet de onderhoudsrekening oplopen en wil daarom de motorrijtuigenbelasting de komende jaren stap voor stap verhogen.
Het plan ligt nog op tafel en moet nog besproken worden, maar de richting is duidelijk. Overijssel wil meer geld binnenhalen via de zogeheten provinciale opcenten: de toeslag die boven op de landelijke wegenbelasting komt. Voor veel automobilisten betekent dat straks een paar tientjes extra per jaar.
Waarom de provincie aan de belastingknop draait
Overijssel zegt de maatregel niet te nemen omdat er mooie nieuwe plannen op de plank liggen, maar omdat het fundament op orde moet blijven. Denk aan wegen die vaker gerepareerd moeten worden, bruggen die ouder worden en viaducten die simpelweg niet eeuwig meegaan.
Gedeputeerde Martijn Dadema (infrastructuur) wijst erop dat de provinciale infrastructuur een soort ruggengraat is voor het dagelijks leven: woon-werkverkeer, vrachtvervoer, bereikbaarheid van dorpen en steden. Als je te lang wacht, worden ingrepen later juist duurder en ingrijpender.
Dit zijn de opcenten en zo werkt het
De verhoging zit niet in de landelijke motorrijtuigenbelasting zelf, maar in de provinciale opcenten. Dat zijn extra procenten die provincies boven op het rijksbedrag mogen heffen. Elke provincie stelt dat tarief jaarlijks zelf vast.
Overijssel zit nu relatief laag: na Noord-Holland is het tarief hier het laagst van alle provincies. Juist daardoor is er volgens het provinciebestuur ruimte om te verhogen, zonder meteen in de top van het land terecht te komen.
Van 82,2 naar 91 procent richting 2030
Concreet wil Overijssel de opcenten stapsgewijs opschroeven van 82,2 procent naar 91 procent in 2030. Dat betekent dus geen plotselinge sprong in één jaar, maar een oplopende lijn richting het einde van dit decennium.
Wat dat in euro’s betekent, verschilt per voertuig. RTV Oost rekent voor dat een gemiddelde auto uitkomt op een verhoging van enkele tientallen euro’s per jaar. Zwaardere auto’s – die sowieso meer belasting betalen – kunnen hogere stijgingen merken.
De onderhoudsrekening stijgt, ieder jaar opnieuw
Volgens de provincie nemen de kosten voor beheer, onderhoud en vervanging de komende jaren stevig toe. Het provinciebestuur rekent op een jaarlijkse kostenstijging van zo’n 15 miljoen euro. Dat is geld dat ergens vandaan moet komen.
Het voorstel is daarom om de rekening grotendeels neer te leggen bij de weggebruikers. Dadema noemt het geen luxe of extraatje, maar een noodzakelijke set middelen om “de basis op orde te houden”. Met andere woorden: eerst zorgen dat het bestaande netwerk veilig en betrouwbaar blijft.
Niet alleen Overijssel worstelt met dezelfde vraag
Overijssel staat niet alleen in dit dilemma. Eerder dit jaar sloegen minister Karremans en staatssecretaris Bertram van Infrastructuur en Waterstaat ook alarm over de financiële tekorten voor het onderhoud van infrastructuur in heel Nederland.
In een brief aan de Tweede Kamer waarschuwden zij dat er “scherpe keuzes” nodig zullen zijn. Dat is bestuurlijke taal voor: niet alles kan tegelijk, en sommige projecten of ambities moeten mogelijk wachten als het geld vooral naar onderhoud moet.
Wat er op 1 juli op het spel staat
De komende periode bespreken de Provinciale Staten het voorstel. De verwachting is dat er op 1 juli een definitief besluit valt. Tot die tijd kunnen partijen nog schuiven, vragen stellen, en alternatieven aandragen.
Diezelfde vergadering draait niet alleen om de opcenten, maar ook om extra financiering voor lopende projecten. Het wordt dus een moment waarop de provincie zowel naar het dagelijks onderhoud kijkt als naar grotere, al geplande investeringen.
De Vloedbeltverbinding: voorbeeld van stijgende projectkosten
Een van de projecten die nadrukkelijk meeweegt is de nieuwe Vloedbeltverbinding, een provinciale weg tussen Almelo en Borne. Het is al langer een dossier waarbij het prijskaartje niet stilstaat, en dat zorgt voor extra spanning op de begroting.
Twee jaar geleden gaven de Provinciale Staten groen licht, toen de raming al was opgelopen van 50 miljoen naar 77 miljoen euro. Inmiddels is duidelijk dat er nog zeker 100 miljoen euro extra nodig is. Dat geeft meteen aan hoe snel infrastructuurprojecten duurder kunnen uitvallen.
Wat betekent dit voor automobilisten in de praktijk?
Voor de meeste mensen komt het neer op een geleidelijke stijging van de maandelijkse of jaarlijkse autokosten, zonder dat je daar direct een nieuwe weg voor terugziet. Het is vooral een investering in minder storingen, minder noodreparaties en een beter onderhouden netwerk.
Tegelijk is het politiek gevoelig: automobilisten voelen al langer druk op de portemonnee door brandstofprijzen, verzekering en onderhoud. De komende weken zal daarom vooral draaien om de vraag of de verhoging eerlijk is, en of er andere manieren zijn om de rekening te verdelen.
De komende weken: discussie over eerlijkheid en noodzaak
De kern van het debat wordt waarschijnlijk: hoeveel onderhoud is echt urgent, hoeveel kan nog even wachten, en wie moet dat betalen? Overijssel kiest nu voor een route waarbij gebruikers van het wegennet meebetalen aan het in stand houden ervan.
Wat de uitkomst ook wordt, het onderwerp is herkenbaar voor veel provincies: verouderende infrastructuur, stijgende kosten en beperkte budgetten. Wat vind jij: logisch dat de provincie de opcenten verhoogt, of moet het anders? Laat het weten via onze social media.
Bron: nos.nl




